Typschrift (doorslag op dun papier)
Origineel
Typschrift (doorslag op dun papier) 18 november 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie) Den Heer H. Mullen, Tugelaweg 109, hs., Amsterdam-Oost. H. Müller [handgeschreven]
VP/HG. [stempel]
den Heer H. Mullen,
Tugelaweg 109, hs.
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
27/102/2 M.
18 November 1940.
Naar aanleiding van Uw briefkaart ingekomen op 13 November
jl. bericht ik U, dat U verplicht is een bedrag van ƒ 10,- aan mijn
dienst te betalen, ter vergoeding van de schade, die wordt geleden
door het wegraken van het door U bedoelde snoer der electrische
marktverlichting. Ik verzoek U voor betaling van vorenstaand bedrag,
desgewenscht in wekelijksche termijnen van ƒ 1,-, te willen zorg-
dragen.
De Directeur, Het betreft een zakelijke mededeling aan de heer H. Mullen waarin hij aansprakelijk wordt gesteld voor de vermissing ("het wegraken") van een elektriciteitssnoer dat behoorde tot de marktverlichting. De ontvanger moet hiervoor een schadevergoeding van 10 gulden betalen aan de betreffende gemeentelijke dienst. De brief is formeel van toon ("bericht ik U, dat U verplicht is").
Interessant is de coulante betalingsregeling die wordt aangeboden: het bedrag mag in tien wekelijkse termijnen van 1 gulden worden voldaan. Dit suggereert dat de overheid begreep dat 10 gulden in 1940 een aanzienlijke hap uit een huishoudbudget kon zijn. De brief dateert van november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, Tugelaweg 109 in Amsterdam-Oost, bevindt zich in de Transvaalbuurt. Dit was destijds een wijk met een zeer grote Joodse populatie.
Hoewel de brief een louter administratieve kwestie lijkt te betreffen — schade aan gemeentelijke eigendommen — is de datering relevant. De bezetter begon in deze periode met het strakker aanhalen van de teugels op het openbare leven, inclusief de markten. De handgeschreven naam "H. Müller" bovenin (met umlaut, terwijl de brief "Mullen" spelt) zou kunnen wijzen op een administratieve correctie of de betrokkenheid van een Duits-sprekende ambtenaar of controleur. In de context van oorlogsarchieven zijn dergelijke documenten vaak bewaard gebleven als onderdeel van dossiers over de onteigening of administratieve vervolging van Amsterdammers tijdens de bezetting. H. Mullen