Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 183
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief / verzoekschrift gericht aan een onbekende instantie (vermoedelijk de marktmeester of de gemeente).

16 december 1940

Origineel

Handgeschreven brief / verzoekschrift gericht aan een onbekende instantie (vermoedelijk de marktmeester of de gemeente). 16 december 1940 [aantekening in blauw: zie hierop?]
Amsterdam 16-12-1940
Mijnheer daar ik Woensdag de
11 December een kaart heb
ontvangen om mijn plaats
op de Westerstraat te bezetten
en anders is de plaats opgeheven
daar ik ~~heb~~ de plaats graag
wil bezetten is het mijn
onmogelijk op het oogenblik
daar ik geen handel heb.
Maar met Januari krijg
ik weer handel Dus over
2 of 3 weken dan kan ik
weer staan. ik wil s.v.p.
hopen dat u mijn die paar De auteur van deze brief is een markthandelaar die reageert op een officiële oproep ("kaart"). Uit de tekst blijkt dat de handelaar gesommeerd is om zijn vaste standplaats op de Westerstraatmarkt in Amsterdam weer in te nemen, op straffe van het verliezen van de vergunning ("anders is de plaats opgeheven").

De schrijver geeft aan dat hij de plaats graag wil behouden, maar dat het momenteel "onmogelijk" is omdat hij geen handelswaar ("handel") heeft. Hij verzoekt om een uitstel van twee tot drie weken, met de verwachting in januari weer goederen te kunnen verkopen. De brief is geschreven in een direct, ietwat informeel maar beleefd Nederlands. Opvallend is het gebruik van de oude spelling ("oogenblik") en het woord "mijn" waar grammaticaal "mij" verwacht zou worden, wat kan duiden op een beperkte formele scholing of lokaal dialect. De tekst breekt onderaan af, wat suggereert dat de brief op een volgende pagina of de achterzijde doorliep. De brief is gedateerd op 16 december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan goederen merkbaar te worden door haperende aanvoerlijnen en de invoering van het distributiestelsel. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de handelaar aangeeft "geen handel" te hebben.

De markt op de Westerstraat in de Jordaan was destijds een vitale plek voor de Amsterdamse volkshuishouding. Voor een kleine ondernemer was het behoud van een standplaats essentieel voor het overleven tijdens de crisisjaren. De druk van de overheid om de plaatsen bezet te houden, duidt op een poging om het economische leven in de stad ondanks de oorlogsomstandigheden zo normaal mogelijk te laten doorgaan. Het getal '33' onderaan is waarschijnlijk een administratieve nummering door de ontvangende instantie.

Samenvatting

De auteur van deze brief is een markthandelaar die reageert op een officiële oproep ("kaart"). Uit de tekst blijkt dat de handelaar gesommeerd is om zijn vaste standplaats op de Westerstraatmarkt in Amsterdam weer in te nemen, op straffe van het verliezen van de vergunning ("anders is de plaats opgeheven").

De schrijver geeft aan dat hij de plaats graag wil behouden, maar dat het momenteel "onmogelijk" is omdat hij geen handelswaar ("handel") heeft. Hij verzoekt om een uitstel van twee tot drie weken, met de verwachting in januari weer goederen te kunnen verkopen. De brief is geschreven in een direct, ietwat informeel maar beleefd Nederlands. Opvallend is het gebruik van de oude spelling ("oogenblik") en het woord "mijn" waar grammaticaal "mij" verwacht zou worden, wat kan duiden op een beperkte formele scholing of lokaal dialect. De tekst breekt onderaan af, wat suggereert dat de brief op een volgende pagina of de achterzijde doorliep.

Historische Context

De brief is gedateerd op 16 december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan goederen merkbaar te worden door haperende aanvoerlijnen en de invoering van het distributiestelsel. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de handelaar aangeeft "geen handel" te hebben.

De markt op de Westerstraat in de Jordaan was destijds een vitale plek voor de Amsterdamse volkshuishouding. Voor een kleine ondernemer was het behoud van een standplaats essentieel voor het overleven tijdens de crisisjaren. De druk van de overheid om de plaatsen bezet te houden, duidt op een poging om het economische leven in de stad ondanks de oorlogsomstandigheden zo normaal mogelijk te laten doorgaan. Het getal '33' onderaan is waarschijnlijk een administratieve nummering door de ontvangende instantie.

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6