Archiefdocument
Origineel
21 mei 1940 R. Veffer-Ganes (woonachtig aan de Oudeschans 170, Amsterdam) De Marktinspectie (geadresseerd als "M.H.! M.i. Insp.") No 33/95/1 M. 1940 22/5
A'dam 21 Mei 1940.
M. H.!
M. i. Insp.
Verzoeke beleefd van u te mogen
een bewijs te ontvangen, voor
het wegblijven van mijn plaats
op de Westerstraat No 247.
omdat ik op het oogenblik
niet in staat ben, goederen
te verkoop aan te bieden, daar
de fabrieken niet eerder kunnen
leveren als het a.s. voorjaar.
Verzoeke beleefd van u een
schrijven te mogen ontvangen
als u mij deze gunst toestaat.
Hopende op een gunstig
antwoord.
Hoogachtend.
R. Veffer-Ganes.
Oude. Schans 170 De schrijfster, R. Veffer-Ganes, verzoekt de marktinspecteur om een officieel bewijs van afwezigheid voor haar vaste standplaats op de Westerstraat (nr. 247). De reden hiervoor is een acuut tekort aan handelswaar; zij stelt dat fabrieken niet in staat zijn om voor het volgende voorjaar goederen te leveren. Om haar recht op de marktplaats niet te verliezen door langdurige afwezigheid zonder geldige reden, vraagt zij formeel om toestemming en een schriftelijke bevestiging ("schrijven") hiervan. De taal is zeer hoffelijk ("Verzoeke beleefd", "gunst toestaat"), wat past bij de toenmalige verhouding tussen burger en overheid. De brief is gedateerd op 21 mei 1940, minder dan een week na de Nederlandse capitulatie op 15 mei. De economische gevolgen van de Duitse inval waren direct voelbaar: distributieketens raakten verstoord en fabrieken kampten onmiddellijk met tekorten aan grondstoffen of werden ingezet voor de Duitse oorlogsmachine. Dit verklaart waarom de afzender pas weer leveringen verwacht in het voorjaar van 1941.
Daarnaast is de locatie en de naam van de afzender historisch relevant. De Oudeschans maakte deel uit van de Amsterdamse Jodenbuurt en de naam Veffer was een bekende Joodse naam in de stad. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam als kleine zelfstandigen op de Amsterdamse markten, zoals de Westerstraatmarkt. Dit document vormt een vroege getuigenis van hoe kleine (Joodse) handelaren in de eerste dagen van de bezetting direct werden geraakt door de economische ontwrichting van de oorlog.