Archiefdocument
Origineel
[Rechtsboven, handgeschreven]: m. de Laer
[Middenboven, handgeschreven]: Verzonden 8/11
den Heer Th. van Laar,
Binnenhofstraat 35 hs.,
Amsterdam-Noord.
33/96/2 M. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 31 October jl.
verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato
dezes, in verband met Uw gezondheidstoestand, uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te be-
zetten. U dient echter zorg te dragen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke correspondentie waarin een marktkoopman, de heer Th. van Laar, officieel toestemming krijgt om zijn standplaats tijdelijk niet te bezetten. De kernpunten zijn:
* Aanleiding: Een verzoek van de ontvanger wegens gezondheidsproblemen.
* Besluit: Er wordt uitstel verleend voor een periode van maximaal drie maanden.
* Locatie: De markt in de Westerstraat (de Jordaan, Amsterdam).
* Voorwaarde: De financiële verplichting blijft onverkort van kracht; het wekelijkse marktgeld moet worden doorbetaald om de rechten op de standplaats te behouden.
Het document weerspiegelt de strikte administratieve controle op marktvergunningen in Amsterdam. Het niet bezetten van een plek zonder geldige reden en toestemming kon in die tijd leiden tot het verlies van de felbegeerde marktvergunning. De brief is gedateerd op 7 november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke diensten en de civiele bureaucratie grotendeels functioneren zoals voorheen. Voor kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden, was de marktvergunning van levensbelang voor hun inkomen. De Westerstraatmarkt was destijds, net als nu, een centrale plek voor de voedselvoorziening en handel in de stad. De handgeschreven notitie "Verzonden 8/11" is een typisch kenmerk van een archiefkopie, bedoeld om de verzenddatum intern vast te leggen. Gemeente Amsterdam Marktwezen