Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 418
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie).

3 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst).

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie). 3 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). VP/HG. extra (handgeschreven)

37/59/4 M.

3 Juni 1940.

Tegengaan van het zooge-
naamde "leuren".

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van Uw missive d.d. 30 April jl.
(No. 387 L.M.1940) heb ik de eer U te berichten, dat het
"leuren" hier ter stede, in de huidige, buitengewone omstan-
digheden uiteraard andere beteeckenis heeft gekregen, dan
voorheen. Vandaar, dat U inmiddels heeft goed gevonden een
voorschrift uit te vaardigen, krachtens hetwelk het koopen
buiten de Centrale Markt om is verboden.
Voor zoo ver nog gegevens uit de vorige maanden
beschikbaar zijn, moet worden aangenomen, dat naar schatting
10 à 25% der aardappelen buiten de Centrale Markt om werden
verkocht. Ten aanzien van groente en fruit, waarvan geen
nadere cijfers bekend zijn, staat wel vast, dat in den regel
een geringer percentage dan van aardappelen, buiten de Cen-
trale Markt om werd verhandeld. Een uitzondering hierop
maakten de bananen, die voor verreweg het grootste deel door
middel van "leuren" langs de winkels werden verkocht.
Nu inmiddels door de buitengewone tijdsomstandig-
heden de situatie geheel is veranderd en het verbod om buiten
de Centrale Markt te koopen in werking is getreden, geef ik
U beleefd in overweging deze aangelegenheid voorloopig als
afgedaan te beschouwen.

De Directeur, Deze brief markeert een omslagpunt in de regulering van de voedselvoorziening in een grote Nederlandse stad (gezien de verwijzing naar "de Centrale Markt" waarschijnlijk Amsterdam) direct na de Duitse inval.

De kern van het schrijven is de verschuiving van "leuren" (het buiten de officiële marktkanalen om verkopen van goederen) van een economisch dossier naar een dossier van openbare orde en voedseldistributie. De directeur stelt vast dat vóór de "buitengewone omstandigheden" (de oorlogstoestand) een aanzienlijk deel van de aardappelen (10-25%) en bijna alle bananen via deze informele weg bij winkels terechtkwamen.

Door de nieuwe oorlogssituatie is er echter een strikt verbod ingesteld op het inkopen buiten de Centrale Markt om. Dit diende om de grip op de voedselvoorraden te maximaliseren en illegale handel (zwarte markt) tegen te gaan. De directeur adviseert de wethouder daarom om de eerdere correspondentie over het bestrijden van leuren als afgehandeld te beschouwen; de nieuwe, strengere oorlogsmaatregelen hebben het probleem in feite 'opgelost' door totale centralisatie. De brief is gedateerd op 3 juni 1940, minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940. Nederland bevond zich in de beginfase van de Duitse bezetting.

In deze periode werden door zowel de Nederlandse overheid als de bezetter direct maatregelen genomen om de voedselvoorziening veilig te stellen en te reguleren. Vrijhandel werd snel aan banden gelegd om rantsoenering mogelijk te maken. Het verplichten van handel via centrale marktplaatsen was een essentieel instrument voor de overheid om controle uit te oefenen op prijzen en distributie. De term "buitengewone omstandigheden" is een eufemisme dat in die tijd veelvuldig werd gebruikt in ambtelijke stukken om naar de staat van oorlog en bezetting te verwijzen zonder de bezetter direct bij naam te noemen.

Samenvatting

Deze brief markeert een omslagpunt in de regulering van de voedselvoorziening in een grote Nederlandse stad (gezien de verwijzing naar "de Centrale Markt" waarschijnlijk Amsterdam) direct na de Duitse inval.

De kern van het schrijven is de verschuiving van "leuren" (het buiten de officiële marktkanalen om verkopen van goederen) van een economisch dossier naar een dossier van openbare orde en voedseldistributie. De directeur stelt vast dat vóór de "buitengewone omstandigheden" (de oorlogstoestand) een aanzienlijk deel van de aardappelen (10-25%) en bijna alle bananen via deze informele weg bij winkels terechtkwamen.

Door de nieuwe oorlogssituatie is er echter een strikt verbod ingesteld op het inkopen buiten de Centrale Markt om. Dit diende om de grip op de voedselvoorraden te maximaliseren en illegale handel (zwarte markt) tegen te gaan. De directeur adviseert de wethouder daarom om de eerdere correspondentie over het bestrijden van leuren als afgehandeld te beschouwen; de nieuwe, strengere oorlogsmaatregelen hebben het probleem in feite 'opgelost' door totale centralisatie.

Historische Context

De brief is gedateerd op 3 juni 1940, minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940. Nederland bevond zich in de beginfase van de Duitse bezetting.

In deze periode werden door zowel de Nederlandse overheid als de bezetter direct maatregelen genomen om de voedselvoorziening veilig te stellen en te reguleren. Vrijhandel werd snel aan banden gelegd om rantsoenering mogelijk te maken. Het verplichten van handel via centrale marktplaatsen was een essentieel instrument voor de overheid om controle uit te oefenen op prijzen en distributie. De term "buitengewone omstandigheden" is een eufemisme dat in die tijd veelvuldig werd gebruikt in ambtelijke stukken om naar de staat van oorlog en bezetting te verwijzen zonder de bezetter direct bij naam te noemen.

Gerelateerde Documenten 6