Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 321
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief / officiële verklaring.

3 september 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam of een daaraan verbonden dienst). Aan: Den Heer Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer, Hazepaterslaan 34, Haarlem.

Origineel

Getypte brief / officiële verklaring. 3 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam of een daaraan verbonden dienst). Den Heer Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer, Hazepaterslaan 34, Haarlem. extra [handgeschreven in cursief]

VP/HG.

den Heer Rijkshoofdinspecteur van
het Verkeer,
Hazepaterslaan 34,
H A A R L E M .

37/139/1 M. [ruime spatie] 3 September 1940

Hiermede bevestigt ondergeteekende, dat Johannes Cornelis
Rademaker, geboren 27 December 1897 te Amsterdam; wonende aldaar
Oude Looiersstraat 82, als kooper (kleinhandelaar in gewassen van
den tuinbouw) tot de Centrale Markt te Amsterdam is toegelaten, ter
wijl hij niet zijn beroep maakt van het vervoeren van goederen voor
derden. Hij vervoert alleen de voor zijn eigen zaak op de markt ge-
kochte producten.

De Directeur, Deze brief is een formele verklaring die dient als bewijsstuk voor de professionele status van Johannes Cornelis Rademaker. De kern van de boodschap is dat Rademaker een erkende kleinhandelaar in tuinbouwproducten is die gerechtigd is te kopen op de Centrale Markt in Amsterdam.

Een cruciaal detail in de tekst is de vermelding dat hij "niet zijn beroep maakt van het vervoeren van goederen voor derden". Er wordt expliciet benadrukt dat hij enkel producten vervoert die hij voor zijn eigen zaak heeft ingekocht. Dit wijst erop dat de brief bedoeld was om problemen met transportvergunningen of verkeersinspecties te voorkomen; hij transporteert goederen voor eigen gebruik/verkoop en is dus geen commercieel transporteur in de zin van de wet. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden distributie, handel en transport steeds scherper gereguleerd door zowel de resterende Nederlandse administratie als de bezetter.

De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de regio. Voor handelaren was het essentieel om hun status officieel aan te kunnen tonen om toegang te behouden tot de markt en om toestemming te krijgen voor het wegtransport van hun goederen. Gezien de geadresseerde — de Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer — was dit document waarschijnlijk nodig om aan te tonen dat Rademaker geen specifieke transportvergunning voor beroepsvervoer nodig had, of juist om in aanmerking te komen voor brandstofbonnen of ontheffingen voor zijn eigen transportmiddel.

Samenvatting

Deze brief is een formele verklaring die dient als bewijsstuk voor de professionele status van Johannes Cornelis Rademaker. De kern van de boodschap is dat Rademaker een erkende kleinhandelaar in tuinbouwproducten is die gerechtigd is te kopen op de Centrale Markt in Amsterdam.

Een cruciaal detail in de tekst is de vermelding dat hij "niet zijn beroep maakt van het vervoeren van goederen voor derden". Er wordt expliciet benadrukt dat hij enkel producten vervoert die hij voor zijn eigen zaak heeft ingekocht. Dit wijst erop dat de brief bedoeld was om problemen met transportvergunningen of verkeersinspecties te voorkomen; hij transporteert goederen voor eigen gebruik/verkoop en is dus geen commercieel transporteur in de zin van de wet.

Historische Context

Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden distributie, handel en transport steeds scherper gereguleerd door zowel de resterende Nederlandse administratie als de bezetter.

De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de regio. Voor handelaren was het essentieel om hun status officieel aan te kunnen tonen om toegang te behouden tot de markt en om toestemming te krijgen voor het wegtransport van hun goederen. Gezien de geadresseerde — de Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer — was dit document waarschijnlijk nodig om aan te tonen dat Rademaker geen specifieke transportvergunning voor beroepsvervoer nodig had, of juist om in aanmerking te komen voor brandstofbonnen of ontheffingen voor zijn eigen transportmiddel.

Gerelateerde Documenten 6