Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 70
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief / Ambtelijke correspondentie

18 juni 1940 Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam Aan: Den Heer J. Leurink

Origineel

Zakelijke brief / Ambtelijke correspondentie 18 juni 1940 Directie van het Marktwezen, Amsterdam Den Heer J. Leurink Handgeschreven aantekening bovenaan:
Verzonden 18/6

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

No. 37/179/3 M. 18 Juni 1940.

                                                                        Amsterdam-West,
                                                                        Jan van Galenstraat 14.

                                                                        **den Heer J. Leurink,**
                                                                  Aan   **Pakhuisafdeeling no. C 11,**
                                                                        **Centrale Markt,**
                                                                        **A l h i e r.--W.**
                                                                        -----------------

    In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-

tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centra-
le Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat,
ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek re-
paratiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw reke-
ning zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat ar-
tikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondi-
gingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het ge-
huurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelie-
ve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord
of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

                                                                        De Directeur, Deze getypte brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen te Amsterdam aan een huurder, de heer J. Leurink. De kern van de brief is de officiële toezending van een huurcontract voor een pakhuisruimte (sectie C 11) op de Centrale Markt.

De tekst benadrukt twee juridische en praktische punten:
1. Onderhoudsplicht: Onder verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud) wordt de huurder gewezen op zijn verantwoordelijkheid voor kleine herstellingen (rolluiken, ruiten, sloten).
2. Reclame-uitingen: De huurder wordt herinnerd aan het verbod om zonder schriftelijke toestemming borden of reclame aan te brengen, conform artikel 8 van het contract.

De taal is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U", "ingevolge het bepaalde", "U gelieve zich") en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "pakhuisafdeeling", "reparatiën" en "zoo ver"). De datum van het document, 18 juni 1940, is historisch relevant. Het is slechts één maand na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (mei 1940). Hoewel het land zich in de beginfase van de bezetting bevindt, toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie en de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam aanvankelijk gewoon werden voortgezet.

De locatie, Jan van Galenstraat 14, was het administratiegebouw van de Centrale Markthal (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). De markt was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De heer Leurink was waarschijnlijk een handelaar of tussenpersoon die opslagruimte nodig had voor zijn goederen. Het feit dat de brief is geadresseerd aan "Alhier.-W." duidt op een verzending binnen hetzelfde stadsdeel of district (Amsterdam-West).

Samenvatting

Deze getypte brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen te Amsterdam aan een huurder, de heer J. Leurink. De kern van de brief is de officiële toezending van een huurcontract voor een pakhuisruimte (sectie C 11) op de Centrale Markt.

De tekst benadrukt twee juridische en praktische punten:
1. Onderhoudsplicht: Onder verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud) wordt de huurder gewezen op zijn verantwoordelijkheid voor kleine herstellingen (rolluiken, ruiten, sloten).
2. Reclame-uitingen: De huurder wordt herinnerd aan het verbod om zonder schriftelijke toestemming borden of reclame aan te brengen, conform artikel 8 van het contract.

De taal is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U", "ingevolge het bepaalde", "U gelieve zich") en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "pakhuisafdeeling", "reparatiën" en "zoo ver").

Historische Context

De datum van het document, 18 juni 1940, is historisch relevant. Het is slechts één maand na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (mei 1940). Hoewel het land zich in de beginfase van de bezetting bevindt, toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie en de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam aanvankelijk gewoon werden voortgezet.

De locatie, Jan van Galenstraat 14, was het administratiegebouw van de Centrale Markthal (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). De markt was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De heer Leurink was waarschijnlijk een handelaar of tussenpersoon die opslagruimte nodig had voor zijn goederen. Het feit dat de brief is geadresseerd aan "Alhier.-W." duidt op een verzending binnen hetzelfde stadsdeel of district (Amsterdam-West).

Gerelateerde Documenten 6