Ambtelijke notitie / Betalingsherinnering
Origineel
Ambtelijke notitie / Betalingsherinnering 7 juni 1940 Nº 66/11/M. 1940 7/6
CENTRALE MARKT
J.J. Griffioen
Einde Voorstraat 143
Vreeland.
heeft over de maand Mei 1940 een
maandplaats bezeten in de hal no 24.
Van het voor deze plaats verschuldigde
plaatsgeld groot f 50.- heeft hij slechts
f 12.50 betaald. Griffioen komt momenteel
niet op de Centrale Markt.
M.i. aanmanen tot betaling van
het restant à f 37.50 onder mededeeling,
dat aan hem geen toegang tot de Centr.
Markt verleend zal worden alvorens
deze schuld is aangezuiverd.
[Onduidelijke handtekening/paraaf]
-
66/11/2
-
7 JUNI 1940 Het document is een interne administratieve notitie van de Centrale Markt betreffende een huurschuld. De heer J.J. Griffioen uit Vreeland heeft in de maand mei 1940 gebruikgemaakt van een vaste staanplaats (maandplaats) in Hal 24. Van de verschuldigde 50 gulden heeft hij slechts een kwart betaald (12,50 gulden).
De ambtenaar die de notitie schrijft, merkt op dat Griffioen momenteel niet meer op de markt verschijnt. Het advies ("M.i." staat voor 'Mijns inziens') is om een formele aanmaning te sturen voor de resterende 37,50 gulden. Daarbij moet expliciet vermeld worden dat Griffioen de toegang tot de Centrale Markt ontzegd wordt totdat de schuld volledig is voldaan.
De tekst is geschreven in een duidelijk, zakelijk handschrift dat typerend is voor de Nederlandse administratie uit de eerste helft van de 20e eeuw. De datum van het document, 7 juni 1940, is historisch saillant. Het is minder dan een maand na de Nederlandse capitulatie na de Duitse inval (10-14 mei 1940). Hoewel het document een strikt zakelijke, civiele kwestie betreft (marktgeld), toont het aan dat de dagelijkse administratieve processen en de handhaving van marktregels in Amsterdam onmiddellijk na de inval werden voortgezet.
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het kloppende hart vormden van de voedseldistributie voor de stad en de omliggende regio. Vreeland, de woonplaats van de schuldenaar, ligt in de provincie Utrecht, wat aangeeft dat handelaren van buiten de stad de Amsterdamse hallen frequenteerden. De schuld van 37,50 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor een kleine handelaar. J.J. Griffioen