Archief 745
Inventaris 745-341
Pagina 219
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief / Ambtelijk schrijven (doorslag op doorslagpapier).

1 november 1940. Van: De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Stadsingenieur, Raadhuis, Alhier (waarschijnlijk de gemeente waar de dienst gevestigd is).

Origineel

Brief / Ambtelijk schrijven (doorslag op doorslagpapier). 1 november 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Stadsingenieur, Raadhuis, Alhier (waarschijnlijk de gemeente waar de dienst gevestigd is). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Jonkers
[Rechtsboven getypt:] J/HG.

[Midden boven handgeschreven:] Verzonden 1/11

[Rechtsonder geadresseerd:]
den Heer Stadsingenieur,
Raadhuis,
A l h i e r .

[Links:] 100/10/11 M. [Rechts:] 1 November 1940.

In antwoord op Uw circulaire d.d. 30 October jl. deel
ik U mede, dat de hoeveelheid benzine, vallende onder vraag 1 op de
door U aangegeven tijd, bij mijn dienst bedraagt ± 25 liter.

Van rijkswege verzegelde, of door het Gemeentelijk
Materialenbureau geblokkeerde benzine is bij mijn dienst niet aan-
wezig.

[Onderaan rechts:] De Directeur, * Inhoud: De directeur van een gemeentelijke dienst beantwoordt een rondschrijven (circulaire) van de stadsingenieur van twee dagen eerder. Hij rapporteert dat er bij zijn dienst een zeer kleine voorraad benzine aanwezig is, namelijk ongeveer 25 liter. Tevens meldt hij dat er geen 'geblokkeerde' of door het Rijk verzegelde voorraden zijn.
* Administratieve context: De brief is een typisch voorbeeld van de ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren. De termen "van rijkswege verzegelde" en "geblokkeerde benzine" duiden op de strikte controle en distributie van brandstoffen die direct na de inval in 1940 van kracht werd.
* Vorm: Het document is een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archiefexemplaar van de verzender. De spreiding van de letters in "A l h i e r" was een gangbare typografische conventie om de bestemming binnen dezelfde gemeente aan te duiden. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). Al vrijwel direct na de capitulatie in mei 1940 ontstonden er tekorten aan grondstoffen en brandstoffen, die door de bezetter voor de eigen oorlogsvoering werden opgeëist of gerantsoeneerd.

De gemeente was verantwoordelijk voor het inventariseren van de nog aanwezige middelen binnen haar eigen diensten. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde hierbij een centrale rol in de distributie en het beheer van schaarse goederen. De kleine hoeveelheid van 25 liter die hier gerapporteerd wordt, suggereert dat de brandstofvoorraden voor civiel gebruik op dat moment al zeer beperkt waren of dat de betreffende dienst nauwelijks gemotoriseerd vervoer gebruikte.

Samenvatting

  • Inhoud: De directeur van een gemeentelijke dienst beantwoordt een rondschrijven (circulaire) van de stadsingenieur van twee dagen eerder. Hij rapporteert dat er bij zijn dienst een zeer kleine voorraad benzine aanwezig is, namelijk ongeveer 25 liter. Tevens meldt hij dat er geen 'geblokkeerde' of door het Rijk verzegelde voorraden zijn.
  • Administratieve context: De brief is een typisch voorbeeld van de ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren. De termen "van rijkswege verzegelde" en "geblokkeerde benzine" duiden op de strikte controle en distributie van brandstoffen die direct na de inval in 1940 van kracht werd.
  • Vorm: Het document is een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archiefexemplaar van de verzender. De spreiding van de letters in "A l h i e r" was een gangbare typografische conventie om de bestemming binnen dezelfde gemeente aan te duiden.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). Al vrijwel direct na de capitulatie in mei 1940 ontstonden er tekorten aan grondstoffen en brandstoffen, die door de bezetter voor de eigen oorlogsvoering werden opgeëist of gerantsoeneerd.

De gemeente was verantwoordelijk voor het inventariseren van de nog aanwezige middelen binnen haar eigen diensten. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde hierbij een centrale rol in de distributie en het beheer van schaarse goederen. De kleine hoeveelheid van 25 liter die hier gerapporteerd wordt, suggereert dat de brandstofvoorraden voor civiel gebruik op dat moment al zeer beperkt waren of dat de betreffende dienst nauwelijks gemotoriseerd vervoer gebruikte.

Gerelateerde Documenten 6