Archief 745
Inventaris 745-341
Pagina 75
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Correspondentie.

16 juli [19]40. Van: Bureau Stadsingenieur (Amsterdam). Aan: Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W.

Origineel

Ambtsbrief / Correspondentie. 16 juli [19]40. Bureau Stadsingenieur (Amsterdam). Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. S.I. 904/105 E.

198.
16 Juli x 40.

Bureau Stadsingenieur.

1 bijlage.

Aan den Heer Directeur van
het Marktwezen.

Jan van Galenstraat 14.

A m s t e r d a m W.

Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 1 Juli j.l., No.98/7/1 M, deel ik U mede, dat de daarbij gevoegde nota in drievoud, gesteld in de Duitsche taal, moet worden ingezonden, terwijl deze nota, zoo mogelijk, gewaarmerkt dient te worden door den betrokken Commandant van het onderdeel van het Duitsche leger waarvoor de kosten zijn gemaakt. Het origineel sluit ik hierbij weder in.

Wat de betaling betreft, deel ik U mede, dat nog geen regeling door de Duitsche Overheid is getroffen. Zooals in de dagbladen werd vermeld, zal binnenkort in het Verordeningsblad een verordening verschijnen, waarin de kwestie van betaling van vergoedingen voor prestaties ten behoeve van de Duitsche Wehrmacht tot in onderdeelen zal worden geregeld.

De N.V. Nederlandsche Veiling en N.V. Marcanti zullen eveneens op het verschijnen van de bedoelde verordening dienen te wachten.

Vn.

De Stadsingenieur, Dit document is een ambtelijke mededeling van de Amsterdamse Stadsingenieur aan de Directeur van het Marktwezen. De kern van de brief betreft de administratieve afwikkeling van kosten die door de gemeente (of gelieerde instanties) zijn gemaakt voor de Duitse bezettingsmacht.

De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Strenge administratieve eisen: Declaraties moeten in het Duits worden opgesteld, in drievoud worden ingediend en bij voorkeur worden ondertekend (gewaarmerkt) door een Duitse commandant.
2. Onzekerheid over betaling: Op het moment van schrijven is er nog geen officiële regeling voor de terugbetaling van deze kosten door de Duitse overheid. Men wacht op een publicatie in het Verordeningsblad.
3. Betrokken partijen: Naast de gemeentelijke diensten worden specifiek de N.V. Nederlandsche Veiling en N.V. Marcanti genoemd. Marcanti (gelegen nabij de Jan van Galenstraat) fungeerde in die tijd als een belangrijk handelscentrum en evenementenlocatie.

Het taalgebruik is zakelijk en volgt de toen geldende spelling (bijv. "Duitsche", "zoo", "weder"). De "x 40" in de datumlijn duidt op het jaar 1940. De brief dateert van 16 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Dit is een cruciale fase waarin de Nederlandse bureaucratie zich begint te voegen naar de nieuwe realiteit van de Duitse bezetting.

Tijdens de eerste maanden van de bezetting werden veel Nederlandse overheidsgebouwen en faciliteiten gevorderd of gebruikt door de Wehrmacht. De kosten voor onderhoud, personeel of goederen moesten door de Nederlandse instanties worden voorgeschoten. Uit dit document blijkt de bureaucratische frictie die ontstond: de Nederlandse diensten probeerden de gemaakte kosten te verhalen, terwijl de Duitse bezetter nog bezig was met het opzetten van de juridische kaders (de verordeningen) om deze financiële stromen te reguleren.

De locatie "Jan van Galenstraat 14" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam, een logistiek knooppunt dat voor de bezetter van groot strategisch belang was voor de voedselvoorziening en inkwartiering.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke mededeling van de Amsterdamse Stadsingenieur aan de Directeur van het Marktwezen. De kern van de brief betreft de administratieve afwikkeling van kosten die door de gemeente (of gelieerde instanties) zijn gemaakt voor de Duitse bezettingsmacht.

De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Strenge administratieve eisen: Declaraties moeten in het Duits worden opgesteld, in drievoud worden ingediend en bij voorkeur worden ondertekend (gewaarmerkt) door een Duitse commandant.
2. Onzekerheid over betaling: Op het moment van schrijven is er nog geen officiële regeling voor de terugbetaling van deze kosten door de Duitse overheid. Men wacht op een publicatie in het Verordeningsblad.
3. Betrokken partijen: Naast de gemeentelijke diensten worden specifiek de N.V. Nederlandsche Veiling en N.V. Marcanti genoemd. Marcanti (gelegen nabij de Jan van Galenstraat) fungeerde in die tijd als een belangrijk handelscentrum en evenementenlocatie.

Het taalgebruik is zakelijk en volgt de toen geldende spelling (bijv. "Duitsche", "zoo", "weder"). De "x 40" in de datumlijn duidt op het jaar 1940.

Historische Context

De brief dateert van 16 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Dit is een cruciale fase waarin de Nederlandse bureaucratie zich begint te voegen naar de nieuwe realiteit van de Duitse bezetting.

Tijdens de eerste maanden van de bezetting werden veel Nederlandse overheidsgebouwen en faciliteiten gevorderd of gebruikt door de Wehrmacht. De kosten voor onderhoud, personeel of goederen moesten door de Nederlandse instanties worden voorgeschoten. Uit dit document blijkt de bureaucratische frictie die ontstond: de Nederlandse diensten probeerden de gemaakte kosten te verhalen, terwijl de Duitse bezetter nog bezig was met het opzetten van de juridische kaders (de verordeningen) om deze financiële stromen te reguleren.

De locatie "Jan van Galenstraat 14" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam, een logistiek knooppunt dat voor de bezetter van groot strategisch belang was voor de voedselvoorziening en inkwartiering.

Gerelateerde Documenten 6