Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 368
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Zakelijke correspondentie / betalingsbericht.

31 maart 1941 (31/3 '41).

Origineel

Zakelijke correspondentie / betalingsbericht. 31 maart 1941 (31/3 '41). [Rode stempel linksboven:] 21/7/41
[Inktnotitie middenboven:] 1/4/41 [onleesbaar paraaf]
[Inktnotitie rechtsboven:] A’dam, 31/3 ’41

In aansluiting op den
brief van den Regeeringscom. [Regeeringscommissaris]
voor Amsterdam dd. 17 Maart
jl. no. 54/3 LM. 1941 bericht ik
U, dat, na aftrek van de
aan U verleende restitutie
en kwijtschelding van marktgeld
ad. f 14,02, door U voor de vaar-
tuigen, waarmee U voor het
kalenderjaar 1941 ligplaats aan
de brandstoffenmarkt heeft in-
genomen, moet betaald worden f. 160,98
Hiervan werd reeds betaald 43,75
zoodat U nog moet betalen f. 117,23


Ter voldoening van dit bedrag
dient U op 1 April en op
1 Juli a.s. f. 39,07 en op
1 October a.s. f 39,09 te
betalen.

[Parafen rechtsonder:] [onleesbaar] Dit document is een officiële kennisgeving aan een binnenvaartondernemer of brandstoffenhandelaar betreffende de verschuldigde gelden voor ligplaatsen op de brandstoffenmarkt in Amsterdam voor het jaar 1941.

De kern van de boodschap is een financiële herberekening:
1. Er is een brief van de Regeringscommissaris van 17 maart 1941 als uitgangspunt genomen.
2. Er is een korting (restitutie/kwijtschelding) van f 14,02 toegepast.
3. Het totaalbedrag voor het jaar 1941 is vastgesteld op f 160,98.
4. Omdat er al f 43,75 was voldaan, resteert er een bedrag van f 117,23.
5. Dit restant dient in drie termijnen te worden betaald: twee keer f 39,07 (april en juli) en een slottermijn van f 39,09 (oktober).

De nauwkeurigheid van de berekening (tot op de cent) en de formele toon zijn typerend voor de gemeentelijke administratie van die tijd. Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie draaide de civiele administratie van steden als Amsterdam grotendeels door volgens de bestaande bureaucratische regels.

De verwijzing naar de "brandstoffenmarkt" is historisch interessant. Tijdens de bezetting werden brandstoffen (zoals kolen en turf) steeds schaarser en werden ze streng gerantsoeneerd. De controle op schepen die deze brandstoffen aanvoerden en de marktplaatsen waar zij aanlegden, was essentieel voor de energievoorziening van de stad. De "Regeeringscommissaris" die in de tekst genoemd wordt, was een functie die door de bezetter was ingesteld of aangepast om meer directe controle over het gemeentebestuur uit te oefenen. De datum in de rode stempel (21 juli 1941) suggereert dat dit document later in het administratieve proces opnieuw is gearchiveerd of verwerkt.

Samenvatting

Dit document is een officiële kennisgeving aan een binnenvaartondernemer of brandstoffenhandelaar betreffende de verschuldigde gelden voor ligplaatsen op de brandstoffenmarkt in Amsterdam voor het jaar 1941.

De kern van de boodschap is een financiële herberekening:
1. Er is een brief van de Regeringscommissaris van 17 maart 1941 als uitgangspunt genomen.
2. Er is een korting (restitutie/kwijtschelding) van f 14,02 toegepast.
3. Het totaalbedrag voor het jaar 1941 is vastgesteld op f 160,98.
4. Omdat er al f 43,75 was voldaan, resteert er een bedrag van f 117,23.
5. Dit restant dient in drie termijnen te worden betaald: twee keer f 39,07 (april en juli) en een slottermijn van f 39,09 (oktober).

De nauwkeurigheid van de berekening (tot op de cent) en de formele toon zijn typerend voor de gemeentelijke administratie van die tijd.

Historische Context

Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie draaide de civiele administratie van steden als Amsterdam grotendeels door volgens de bestaande bureaucratische regels.

De verwijzing naar de "brandstoffenmarkt" is historisch interessant. Tijdens de bezetting werden brandstoffen (zoals kolen en turf) steeds schaarser en werden ze streng gerantsoeneerd. De controle op schepen die deze brandstoffen aanvoerden en de marktplaatsen waar zij aanlegden, was essentieel voor de energievoorziening van de stad. De "Regeeringscommissaris" die in de tekst genoemd wordt, was een functie die door de bezetter was ingesteld of aangepast om meer directe controle over het gemeentebestuur uit te oefenen. De datum in de rode stempel (21 juli 1941) suggereert dat dit document later in het administratieve proces opnieuw is gearchiveerd of verwerkt.

Locaties

Amsterdam (afgekort als A'dam).

Gerelateerde Documenten 6