Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 18 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen Amsterdam). Den Heer J.W.A. Jansen, Tollensstraat 81 I, Amsterdam-West. HG.
den Heer J.W.A. Jansen,
Tollensstraat 81 I,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
27/43/2 M. 18 Juli 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Juni jl. verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te be-
zetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer Jansen om tijdelijk ontheven te worden van zijn "bezetplicht" op de Ten Katemarkt in Amsterdam. In de verordeningen van die tijd was een marktkoopman verplicht zijn aangewezen plek fysiek in te nemen om zijn vergunning te behouden.
De directeur verleent een uitstel van drie maanden, ingaande op de datum van de brief (18 juli 1941). Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: het wekelijkse marktgeld moet doorbetaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar, ongeacht de afwezigheid van de koopman. Dit duidt op een streng administratief beheer waarbij inkomsten voor de gemeente gewaarborgd moesten blijven. Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Ten Katestraat, ligt in de Kinkerbuurt, een volkswijk in Amsterdam-West.
Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt, is de tijdsgeest van groot belang. In 1941 werden de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Amsterdam steeds strenger. Vanaf september 1941 (slechts twee maanden na deze brief) werden Joden officieel verbannen van de openbare markten. Hoewel de naam "Jansen" niet direct op een Joodse achtergrond wijst, illustreert dit document de strikte regulering en bureaucratie rondom het marktleven in een stad die onder grote spanning stond door oorlog en bezetting. De noodzaak voor een koopman om formeel uitstel aan te vragen voor afwezigheid toont aan hoe nauwlettend het dagelijks leven en de economische activiteit werden gecontroleerd door het gemeentebestuur, dat in die periode onder toezicht stond van de bezetter. J.W.A. Jansen Marktwezen