Getypte brief (doorslag), administratieve correspondentie.
Origineel
Getypte brief (doorslag), administratieve correspondentie. 22 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer H. de Kort, Goudsbloemstraat 154 I, Amsterdam-Centrum. (Handgeschreven, paarse inkt:)
Verzonden 22/9
[onleesbare krabbel, mogelijk "in de raad"]
HG.
(Getypt:)
den Heer H. de Kort,
Goudsbloemstraat 154 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
27/53/2 M.
22 September 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 September jl. verleen
ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw
verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te
bezetten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst
doenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeurn Deze brief is een officiële mededeling aan de heer H. de Kort betreffende zijn standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam. De kern van het bericht is de toekenning van een tijdelijk uitstel van drie maanden (ingaande op 22 september 1941) van de verplichting om zijn marktplaats persoonlijk te bezetten.
Een belangrijke voorwaarde wordt gesteld: ondanks zijn afwezigheid blijft de heer De Kort verplicht om het verschuldigde marktgeld wekelijks te voldoen aan de dienstdoende marktambtenaar. Dit benadrukt het belang van de inkomstenstroom voor de gemeente, ongeacht of de standplaats daadwerkelijk wordt gebruikt voor handel. De typefout aan het eind ("Directeurn") is opvallend voor een officieel document. Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve raderen van de stad Amsterdam draaiden in deze periode door, ook voor alledaagse zaken zoals het beheer van de markten.
De Ten Katemarkt, gelegen in de Kinkerbuurt, was (en is) een van de drukkere markten van Amsterdam. De Goudsbloemstraat, het adres van de ontvanger, bevindt zich in de Jordaan. In 1941 werden de beperkingen voor burgers steeds nijpender. Hoewel de reden voor de aanvraag van de heer De Kort niet in de brief staat, is het een illustratie van de strikte reglementering van het economische leven onder de bezetting, waarbij voor elke afwijking van de norm officiële toestemming nodig was. Daarnaast vonden in deze periode de eerste grote stappen plaats in de uitsluiting van Joodse kooplieden van de openbare markten, hoewel daar in deze specifieke brief aan een vermoedelijk niet-Joodse koopman geen directe referentie naar wordt gemaakt. H. de Kort Marktwezen