Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 233
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / officiële correspondentie.

5 maart 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Aan: Den Heer J.A.H.M. Steenvoorden, Emmaweg 349, Kortenhoef.

Origineel

Dienstbrief / officiële correspondentie. 5 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer J.A.H.M. Steenvoorden, Emmaweg 349, Kortenhoef. [Linksboven, getypt:]
M/HG.

[Linksboven, onder kenmerk:]
37/4/23 M.

[Rechtsboven, handgeschreven namen:]
m. Müller
m. Broere

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 5/3

[Rechts, getypt:]
5 Maart 1941.

[Adres, getypt:]
den Heer J.A.H.M. Steenvoorden,
Emmaweg 349,
Kortenhoef.

[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw verzoek om ontheffing van
het betalen van plaatsgeld voor het bezetten van een tuinders-
plaats op de Centrale Markt en de door U ter zake dezer ont-
heffing geteekende verklaring bericht ik U hiermede, dat
Burgemeester en Wethouders hebben goedgevonden, dat aan U op
grond van het feit, dat Uw tuin geinundeerd is geweest en U
daardoor Uw plaats op de Centrale Markt niet heeft kunnen be-
zetten ontheffing van plaatsgeld wordt verleend over 7 maan-
den van het jaar 1940 ten bedrage van ƒ 52,50

Bovendien hebben Burgemeester en Wethouders
bepaald, dat aan U restitutie van entréegeld
kan worden verleend over 7 maanden van het jaar
1940 ten bedrage van " 5,83
-------
Restitutie en ontheffing totaal ƒ 58,33
=======

Aan Uw verzoek om bovenbedoelde ontheffing over
het geheele jaar 1940 te verleenen, kan niet worden voldaan,
omdat de inundatie eerst in de maand Mei 1940 plaatsvond en
U van Uw plaats op de Centrale Markt in het tijdvak Januari
- Mei 1940 gebruik heeft gemaakt.

Uw schuld bedroeg op 1 Januari 1941 ƒ 63,-, zoodat
U thans over 1940 nog verschuldigd is ƒ 4,67.

De Directeur, Deze brief betreft een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam) aangaande een verzoek van tuinder J.A.H.M. Steenvoorden uit Kortenhoef. Steenvoorden had verzocht om kwijtschelding van de marktgeldkosten voor het gehele jaar 1940, omdat zijn land onder water was gezet (geïnundeerd).

De directie besluit de ontheffing slechts gedeeltelijk toe te kennen: voor een periode van zeven maanden. De motivatie hiervoor is dat de inundatie pas in mei 1940 begon en dat de tuinder in de eerste vier maanden van dat jaar nog wel gebruik had gemaakt van zijn vaste plaats op de Centrale Markt. Na verrekening van de ontheffing (plaatsgeld) en de restitutie (entreegeld) met zijn openstaande schuld van 63 gulden, blijft er een restschuld over van 4,67 gulden. De datum van de brief (maart 1941) en de verwijzing naar "inundatie in mei 1940" plaatsen dit document direct in de context van de Duitse inval in Nederland. De inundatie waarover gesproken wordt, betreft zeer waarschijnlijk het stellen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Kortenhoef lag in het schootsveld van de Groep Naarden/Vesting Holland en grote delen van dit gebied werden in mei 1940 opzettelijk onder water gezet om de Duitse opmars te stuiten.

Voor de lokale tuinders betekende dit dat hun oogsten verloren gingen en zij maandenlang niet konden produceren of handelen. De brief illustreert de bureaucratische afwikkeling van de economische schade die burgers opliepen door de oorlogshandelingen, waarbij de overheid (zelfs onder bezetting) vasthield aan strikte regels omtrent bewijsvoering en tijdvakken van gebruik. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het belangrijkste handelscentrum voor groenten en fruit uit de regio.

Samenvatting

Deze brief betreft een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam) aangaande een verzoek van tuinder J.A.H.M. Steenvoorden uit Kortenhoef. Steenvoorden had verzocht om kwijtschelding van de marktgeldkosten voor het gehele jaar 1940, omdat zijn land onder water was gezet (geïnundeerd).

De directie besluit de ontheffing slechts gedeeltelijk toe te kennen: voor een periode van zeven maanden. De motivatie hiervoor is dat de inundatie pas in mei 1940 begon en dat de tuinder in de eerste vier maanden van dat jaar nog wel gebruik had gemaakt van zijn vaste plaats op de Centrale Markt. Na verrekening van de ontheffing (plaatsgeld) en de restitutie (entreegeld) met zijn openstaande schuld van 63 gulden, blijft er een restschuld over van 4,67 gulden.

Historische Context

De datum van de brief (maart 1941) en de verwijzing naar "inundatie in mei 1940" plaatsen dit document direct in de context van de Duitse inval in Nederland. De inundatie waarover gesproken wordt, betreft zeer waarschijnlijk het stellen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Kortenhoef lag in het schootsveld van de Groep Naarden/Vesting Holland en grote delen van dit gebied werden in mei 1940 opzettelijk onder water gezet om de Duitse opmars te stuiten.

Voor de lokale tuinders betekende dit dat hun oogsten verloren gingen en zij maandenlang niet konden produceren of handelen. De brief illustreert de bureaucratische afwikkeling van de economische schade die burgers opliepen door de oorlogshandelingen, waarbij de overheid (zelfs onder bezetting) vasthield aan strikte regels omtrent bewijsvoering en tijdvakken van gebruik. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het belangrijkste handelscentrum voor groenten en fruit uit de regio.

Gerelateerde Documenten 6