Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 8 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). Den Heer Ph. de Groot, Sint Antoniesbreestraat 35 I, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauwe inkt]: Extra
den Heer Ph. de Groot,
Sint Antoniesbreestraat 35 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
33/54/2 M. 8 September 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Augustus jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een zakelijke correspondentie van een gemeentelijke instantie in Amsterdam aan een marktkoopman. De brief is een reactie op een verzoek van de heer Ph. de Groot om tijdelijk niet op de markt te hoeven staan.
Kernpunten:
* Verlof: De ontvanger krijgt drie maanden uitstel (tot december 1941) van de plicht om zijn standplaats op de Westerstraat-markt in te nemen.
* Financiële verplichting: Ondanks de afwezigheid blijft de verplichting bestaan om wekelijks het "marktgeld" (staangeld) te betalen aan de marktambtenaar.
* Toon: De brief is formeel en strikt administratief van aard. De datum van de brief, 8 september 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland bevond zich toen midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Anti-Joodse maatregelen: De ontvanger, Philip de Groot, woonde in de Sint Antoniesbreestraat, het hart van de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam. In 1941 namen de restricties voor Joodse burgers hand over hand toe. Sinds begin 1941 waren er diverse verordeningen die het economische leven van Joden aan banden legden.
- De Markt: Joodse marktkooplieden speelden een grote rol op de Amsterdamse markten, zoals die in de Westerstraat. In de loop van 1941 werden zij steeds vaker geweerd of beperkt in hun werkzaamheden. Zo werden er in september 1941 specifiek "Jodenmarkten" ingesteld waar Joodse kooplieden naar verbannen werden.
- Betekenis van de brief: Het uitstel van de bezettingsplicht zou kunnen wijzen op de onmogelijkheid voor de heer De Groot om zijn beroep nog veilig of legaal uit te oefenen op de reguliere markt. De eis dat het marktgeld doorbetaald moet worden, toont de onverbiddelijke bureaucratie van het stadsbestuur, zelfs onder bezettingstijd en onder druk van vervolging.
- Lot van de geadresseerde: Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Philip de Groot, wonend op dit adres, een Joodse Amsterdammer was. Veel bewoners van deze wijk zijn in de jaren na deze brief gedeporteerd en vermoord. Dit document vormt een klein, bureaucratisch spoor van de verstoring van een normaal werkleven dat voorafging aan de grotere tragedie van de Holocaust. Gemeente Amsterdam