Handgeschreven brief/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/briefkaart. 29 augustus 1941. P. C. v. d. Brakel. Broek in Waterland. 29 Aug. ’41
Geachte Mijnheer, m. Insp.
Aangezien ik niet voldoende goederen
toegewezen krijg, om de Westerstraat
’s Maandags geregeld te bezoeken,
verzoek ik u hiermede mij uitstel
toe te staan.
Bij voorbaat bedankt
Hoogachtend.
P. C. v. d. Brakel
N.B. Nummer
van de standpl. is
125. De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, P.C. van den Brakel, om een tijdelijke ontheffing van zijn aanwezigheidsplicht op de markt. De afzender geeft aan dat hij niet genoeg voorraad ("goederen") toegewezen krijgt om het rendabel of mogelijk te maken om elke maandag op de markt in de Westerstraat te staan.
Onder de ondertekening voegt de schrijver een 'Nota Bene' toe met zijn standplaatsnummer (125), wat essentieel was voor de administratie van de marktmeester of inspectie om het verzoek te verwerken. Het document is geschreven in augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en werd de handel strikt gereguleerd via een distributiesysteem en officiële "toewijzingen".
De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktlocatie (de lapjesmarkt op maandag). Marktkooplieden hadden een vaste standplaatsvergunning, maar waren vaak verplicht om daadwerkelijk aanwezig te zijn om hun recht op die plek niet te verliezen. Deze brief is een direct getuigenis van de economische moeizame omstandigheden voor kleine handelaren tijdens de oorlogsjaren, waarbij het gebrek aan aanvoer hen dwong om officiële verzoeken in te dienen om hun nering te kunnen behouden. C. v. d. Brakel N.B. Nummer