Intern ambtelijk schrijven / adviesnota betreffende marktplaatsvergunning.
Origineel
Intern ambtelijk schrijven / adviesnota betreffende marktplaatsvergunning. [Linksboven, in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33 55 / 1, 1941
30/8-41.
DOORGEZONDEN:
[Midden boven, handgeschreven aantekeningen:]
acc
modelbriefje 33/55/217
3 maanden. HJ 20/9 41
[Rechtsboven, handgeschreven aantekeningen:]
22/9/41 [onleesbaar monogram]
Mr Wolff
719
advies
1-9-41
de Haas
[Daaronder een doorgehaalde handtekening en datum: 18-9-41]
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
Aan van Brakel kan m.i. worden
toegestaan om gedurende drie
maanden zijn plaats op de markt
aan de Westerstraat niet in te nemen.
v Brakel moet echter zorg dragen, dat het ook
tijdens zijn afwezigheid verschuldigde markt-
geld, wekelijks wordt betaald.
Met het advies van den Marktopzichter,
kan ik mij niet vereenigen.
In tal van soortgelijke gevallen is
vrijstelling van plaatsbezetting toegestaan. Voor
hr. Brakel kan m.i. dan ook geen uitzonde-
ring worden gemaakt.
18-9-’41
de Haas
[Linksonder, gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman, de heer Van Brakel, om zijn standplaats op de markt aan de Westerstraat (een bekende markt in de Amsterdamse Jordaan) gedurende drie maanden niet te hoeven bezetten.
De kern van het document is een ambtelijke beslissing waarin wordt afgeweken van het negatieve advies van de marktopzichter. De opsteller (vermoedelijk de heer De Haas) motiveert dit door te wijzen op het gelijkheidsbeginsel: in vergelijkbare gevallen werd een dergelijke vrijstelling van de bezettingsplicht vaker verleend. Er wordt dus geoordeeld dat voor Van Brakel geen uitzondering (in negatieve zin) gemaakt mag worden.
De toestemming is echter niet onvoorwaardelijk. Van Brakel krijgt de drie maanden rust alleen onder de voorwaarde dat hij het wekelijkse marktgeld blijft doorbetalen. Dit wijst op een beleid waarbij de inkomsten voor de gemeente gewaarborgd moesten blijven, ook als de ondernemer fysiek niet aanwezig was. De diverse data en parafen bovenin tonen het administratieve traject van de besluitvorming tussen eind augustus en eind september 1941. Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie op de achtergrond aanwezig is, toont dit document vooral de continuïteit van de dagelijkse gemeentelijke bureaucratie en de strikte regelgeving rondom markthandel.
In deze periode was de schaarste aan goederen al merkbaar, wat de handel op markten bemoeilijkte. Het verzoek van Van Brakel om drie maanden weg te blijven zou te maken kunnen hebben met persoonlijke omstandigheden, ziekte, of simpelweg een gebrek aan handel waarvoor hij toch de vaste kosten (het marktgeld) moest dragen. De Westerstraatmarkt was en is een van de drukkere markten in Amsterdam, waar een vaste standplaats een kostbaar recht was dat men niet zomaar wilde verliezen door onvrijwillige afwezigheid. Het systeem van "vrijstelling van plaatsbezetting" was bedoeld om de vergunninghouder zijn rechten op de plek te laten behouden zonder dat hij er dagelijks moest staan. M. No Van Brakel (De heer)