Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie. 15 september 1941. E. Maruagt (of Maruagt), wonende aan het Therese Schwartzeplein 17 II, Amsterdam-Zuid. № 33/58/M. 1341 15/9 [stempel/kenmerk]
h.i. Insp. [handgeschreven notitie]
Op Maandag 15-9-1941
Directeur v/d. Marktwezen
Mijnheer ik vraagt u zoo beleeft
om een halfjaar uitstel voor
standplaats № 22
De Westerstraat op de markt
De reden is daar door om dat
Ik geen textiel kan kopen
Borduurkleden
En ook geen koperen portret lijstjes
Daarmede heb ik u geschreven
Dat ik uitstel vraag en ik wenscht
Dat die verzoek moogt krijgen
s.v.p.
Hoog Achtend.
E. Maruagt [?]
Therese schwartzeplein 17 II
Zuid * Inhoud: De briefschrijver verzoekt de directeur van het Marktwezen om een uitstel van zes maanden voor het gebruik van standplaats nummer 22 op de Westermarkt (Westerstraat) in Amsterdam.
* Argumentatie: De schrijver voert aan dat het onmogelijk is geworden om nog handelswaar in te kopen. Specifiek worden textiel (borduurkleden) en koperen portretlijstjes genoemd.
* Taalgebruik: Het schrijven bevat diverse grammaticale en spelfouten (zoals "ik vraagt", "beleeft" in plaats van beleefd, "wenscht", "die verzoek"), wat duidt op een beperkte formele scholing van de afzender of een niet-Nederlandse achtergrond. Desondanks is de toon uiterst beleefd en respectvol. * Oorlog en schaarste: De brief dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan grondstoffen en goederen nijpend geworden. Textiel was inmiddels "op de bon" (distributie) en metalen zoals koper werden door de bezetter gevorderd voor de oorlogsindustrie. Voor kleine handelaren werd het hierdoor onmogelijk om hun nering voort te zetten.
* Locatie: De Westerstraatmarkt is een van de meest iconische markten van Amsterdam, gelegen in de Jordaan. Het Therese Schwartzeplein ligt in Amsterdam-Zuid, een buurt die in 1941 een aanzienlijke Joodse populatie kende. Hoewel de brief geen directe verwijzing bevat naar de Jodenvervolging, werden Joodse marktkooplieden in deze periode stelselmatig geweerd van markten door anti-Joodse verordeningen.
* Administratieve noodzaak: Marktkooplieden die hun standplaats tijdelijk niet konden bemannen, moesten formeel uitstel aanvragen om hun vergunning of hun vaste plek voor de toekomst niet te verliezen. De brief is een getuigenis van de economische malaise van de kleine middenstander tijdens de oorlogsjaren. E. Maruagt Marktwezen