Administratieve notitie/intern memorandum.
Origineel
Administratieve notitie/intern memorandum. [Linksboven, in stempelkader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/61/1 1941
DOORGEZONDEN: 27/10-’41.
[Rechtsboven]
817
[Centraal document, handgeschreven]
L. Appelboom pl. 54 Westerstraat
is Jood.
Br. Wolff ter kennisneming
29-10-’41
deBoer
Plaats per 3 Nov. ’41 ingetrokken
Imp!
m.i. als afgedaan te
beschouwen. i.v.m.
verplaatsing.
deBoer. 31-10-’41
29/10 m
op v n d 3/11 ’41
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de notitie is de onderstreepte vaststelling: "L. Appelboom [...] is Jood."
- De inhoud: De notitie meldt dat de "plaats" (vermoedelijk een arbeidsplaats, aanstelling of vergunning) van de heer Appelboom per 3 november 1941 is ingetrokken. De reden hiervoor is expliciet zijn Joodse afkomst.
- De verwerking: Het document toont een snelle administratieve afhandeling tussen 27 oktober en 3 november 1941. Ambtenaar 'deBoer' merkt op 31 oktober op dat de zaak "als afgedaan te beschouwen" is vanwege "verplaatsing" (wat kan duiden op het vervallen van de functie of de verwijdering van de persoon uit het systeem).
- De locatie: De vermelding van "Westerstraat 54" verwijst naar de Amsterdamse Jordaan, een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. In 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in volle gang. Na de verplichte registratie van personen van "geheel of gedeeltelijk Joodsen bloede" (januari 1941, Verordening 6/1941), volgden maatregelen om hen te ontslaan uit overheidsdienst en later ook uit het bedrijfsleven.
Dit document illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie — in dit geval de afdeling Algemene Zaken — meewerkte aan de uitvoering van deze anti-Joodse maatregelen. De droge, zakelijke toon en de snelheid waarmee de "plaats" wordt ingetrokken, laten zien hoe de uitsluiting genormaliseerd was in het administratieve proces. Voor de betrokken persoon, L. Appelboom, betekende deze korte krabbel het verlies van zijn bestaansmiddelen en een verdere stap naar totale rechteloosheid.