Handgeschreven brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (administratieve correspondentie). 30 oktober 1941. J. Haag (gevestigd aan de 2e Goudbloemdwarsstraat 22, Amsterdam). [In de rechterbovenhoek:]
No. 33 / 62/1 M. 1941 11/4
Amsterdam 30 Oct 1941
WelEdel. Heer Directeur
Mijn Heer [met aantekening in ander handschrift:] Insp.
In antwoord op uw schrijven
van heden, voor het bezetten-
van een plaats op de hulpmarkt
wil ik u melden dat ik van-
af heden, geen vergunning meer
heb voor den markt.
Hoogachtend
J. Haag
2e Goudbloemdwarsstr 22
pl. Westerstraat * Inhoud: De afzender, J. Haag, reageert op een schrijven dat hij diezelfde dag heeft ontvangen met betrekking tot het innemen van een staanplaats op een 'hulpmarkt'. Hij deelt mee dat hij per direct niet meer over een vergunning voor de markt beschikt.
* Vorm: Het betreft een korte, zakelijke brief op gelinieerd papier. Het handschrift is duidelijk, maar vertoont de typische kenmerken van het midden van de 20e eeuw (zoals de 'lange s' en de specifieke krullen aan de hoofdletters).
* Administratieve sporen: De aantekening "Insp." suggereert dat de brief is doorgeleid naar een inspecteur. De nummers bovenaan duiden op een nauwkeurige archivering binnen een gemeentelijke instelling.
* Locatie: Het adres van de afzender bevindt zich in de Jordaan (Amsterdam). De vermelding "pl. Westerstraat" onderaan wijst waarschijnlijk op de specifieke locatie van de hulpmarkt waar het over gaat. De datum van de brief, 30 oktober 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de markten in Amsterdam streng gereguleerd.
Vanaf september 1941 werden er specifieke maatregelen van kracht tegen Joodse marktkooplieden; zij werden verbannen van de reguliere markten en mochten hun handel alleen nog drijven op speciaal aangewezen "hulpmarkten" of Joodse markten (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Westersuikerfabriek nabij de Westerstraat).
Het feit dat de afzender meldt "geen vergunning meer te hebben" in reactie op een brief over een hulpmarkt, kan erop wijzen dat hij ofwel door de bezetter uitgesloten is van handel, of dat hij als gevolg van de gewijzigde regelgeving zijn nering heeft moeten staken. De Westerstraat was een centrale plek in deze herstructurering van de Amsterdamse markthandel onder het nazi-regime. J. Haag Marktwezen