Administratieve kaart of bijblad van een dossier, waarschijnlijk afkomstig uit een politie- of overheidsarchief betreffende de Jodenvervolging.
Origineel
Administratieve kaart of bijblad van een dossier, waarschijnlijk afkomstig uit een politie- of overheidsarchief betreffende de Jodenvervolging. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/62/1 1941
DOORGEZONDEN: 3/11 -'41.
[Rechtsboven:]
047
[Centraal handgeschreven gedeelte:]
's Haag
plaats Westerstraat.
is Jood; wordt afgevoerd.
ontvangen B 5/11 '41
[Rechtsonder, stempel en parafen:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: De Haan]
[Paraaf] 12/11 '41
[Paraaf]
[Onderaan, kleine druk:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische registratie van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Inhoud: De kern van de notitie is de korte, zakelijke mededeling: "is Jood; wordt afgevoerd." Dit duidt op de arrestatie en deportatie van een persoon (waarschijnlijk woonachtig aan de Westerstraat in Den Haag) louter op basis van diens Joodse identiteit.
- Terminologie: Het woord "afgevoerd" werd in deze context gebruikt voor het overbrengen van personen naar concentratiekampen of verzamelkampen (zoals Westerbork). Gezien de datum (november 1941) vonden er in die periode al razzia's en individuele arrestaties plaats, dikwijls met de dood in kampen als Mauthausen tot gevolg.
- Bestuurlijke verwerking: Het document toont de betrokkenheid van de officiële instanties. Het stempel "GEZIEN DE INSPECTEUR" en de diverse parafen met data (3, 5 en 12 november 1941) laten zien dat de informatie door meerdere ambtelijke lagen werd verwerkt en geaccordeerd.
- Locatie: Er wordt verwezen naar "'s Haag" (Den Haag) en de "Westerstraat". Den Haag had een grote Joodse gemeenschap die zwaar getroffen werd door de bezettingsmaatregelen. In november 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. De verplichte registratie van Joodse burgers had eerder dat jaar plaatsgevonden. Dit document illustreert de fase waarin de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse overheidsapparaat (zoals hier de politie of Algemene Zaken), overging tot het fysiek verwijderen van individuen uit de samenleving. De zakelijke, bijna mechanische wijze waarop de deportatie van een menselijk leven wordt genoteerd op een standaard formulier ("Model No. 14"), is typerend voor de 'banaliteit van het kwaad' die de Holocaust kenmerkte. M. No Politie