Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 119
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een getypte brief (pagina 2).

31 december 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Doorslag van een getypte brief (pagina 2). 31 december 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No.59/11/10 M. d.d. 31 December 1941
aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Direc-
teur van het Marktwezen.


Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te
willen bevorderen, dat bij besluit van den Burgemeester inge-
volge het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de
Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, op gronden
van billijkheid aan J.Postma voornoemd kwijtschelding van
marktgeld wordt verleend ten bedrage van ƒ 81,12.

De Directeur, Dit document is de tweede pagina van een ambtelijke brief waarin de Directeur van het Marktwezen een formeel advies uitbrengt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een verzoek om kwijtschelding van een openstaand bedrag aan marktgeld voor een zekere J. Postma.

  • Bedrag: Het gaat om een bedrag van 81,12 gulden, wat in 1941 een aanzienlijke som was voor een marktkoopman.
  • Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 10 van de toenmalige "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
  • Motivering: De kwijtschelding wordt geadviseerd op basis van "billijkheid", wat suggereert dat er bijzondere (vaak schrijnende of financieel nijpende) omstandigheden waren waardoor Postma niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.
  • Besluitvorming: De directeur vraagt de wethouder om dit te bevorderen bij de burgemeester, die uiteindelijk het formele besluit moet nemen. De brief is gedateerd op 31 december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economische situatie precair. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak in het beheer van de voedselvoorziening en distributie.

Markthandelaren hadden het moeilijk door schaarste, distributieregels en afnemende koopkracht van de bevolking. Verzoeken om kwijtschelding van staangelden op grond van billijkheid kwamen in deze jaren vaker voor omdat ondernemers door de oorlogsomstandigheden in de financiële problemen kwamen. Het document geeft hiermee een inkijkje in de lokale administratieve afhandeling van sociale en economische nood tijdens de bezettingsjaren.

Samenvatting

Dit document is de tweede pagina van een ambtelijke brief waarin de Directeur van het Marktwezen een formeel advies uitbrengt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een verzoek om kwijtschelding van een openstaand bedrag aan marktgeld voor een zekere J. Postma.

  • Bedrag: Het gaat om een bedrag van 81,12 gulden, wat in 1941 een aanzienlijke som was voor een marktkoopman.
  • Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 10 van de toenmalige "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
  • Motivering: De kwijtschelding wordt geadviseerd op basis van "billijkheid", wat suggereert dat er bijzondere (vaak schrijnende of financieel nijpende) omstandigheden waren waardoor Postma niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.
  • Besluitvorming: De directeur vraagt de wethouder om dit te bevorderen bij de burgemeester, die uiteindelijk het formele besluit moet nemen.

Historische Context

De brief is gedateerd op 31 december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economische situatie precair. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak in het beheer van de voedselvoorziening en distributie.

Markthandelaren hadden het moeilijk door schaarste, distributieregels en afnemende koopkracht van de bevolking. Verzoeken om kwijtschelding van staangelden op grond van billijkheid kwamen in deze jaren vaker voor omdat ondernemers door de oorlogsomstandigheden in de financiële problemen kwamen. Het document geeft hiermee een inkijkje in de lokale administratieve afhandeling van sociale en economische nood tijdens de bezettingsjaren.

Gerelateerde Documenten 6