Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 392
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

16 april 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 16 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. (Handgeschreven linksboven:)
aanteekenen
in corr. boek } 12/4 41
in reb. boek } 4/5
op dep.

(Handgeschreven rechtsboven:)
[Onleesbare paraaf/naam, mogelijk "W. Rippelier"]

(Getypt:)
D/HG.

66/8/3 M.

16 April 1941.

Kwijtschelding plaatsgeld
Centrale Markt aan gros-
sier L. Bolle.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier L. Bolle, 2e Boerhaavestraat 73 hs, die voor het kalenderjaar 1941 een plaats bezet in de hal op de Centrale Markt, mij heeft verzocht gerekend te zijn ingegaan 1 April jl. van zijn verplichtingen te worden ontheven en het door hem terzake verschuldigde marktgeld, ten bedrage van ƒ 500,-, gedeeltelijk kwijt te schelden. Bolle is grossier in bananen, doch in verband met de tijdsomstandigheden heeft hij zich de laatste maanden moeten toeleggen op den verkoop van andere fruitsoorten onder andere sinaasappelen. Hij ontvangt echter sedert enkele weken geen toewijzingen meer en het is hem, tengevolge van de schaarste aan fruit, ook niet mogelijk met andere fruitsoorten handel te drijven; hij heeft de Centrale Markt dan ook sedert 1 April jl. verlaten. Inwilliging van zijn verzoek acht ik derhalve billijk. Indien Bolle voor de onderhavige plaats het tarief per kalendermaand had betaald, zou hij tot 1 April jl. een bedrag van 3 x ƒ 50,- = ƒ 150,- zijn schuldig geweest. Hij kan dus mijns inziens voor een kwijtschelding van ƒ 500,- - ƒ 150,- = ƒ 350,- in aanmerking komen.

Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat daartoe door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, wordt besloten.

De Directeur, Dit document illustreert de economische gevolgen van de Duitse bezetting voor de kleinschalige handel in Amsterdam. Grossier L. Bolle, gevestigd in de Transvaalbuurt (een buurt met destijds een grote Joodse populatie), kan zijn handel in bananen niet voortzetten. Bananen waren een overzees importproduct dat door de oorlogssituatie en de blokkades volledig van de markt verdween.

De brief toont een ambtelijke berekening: in plaats van de volledige ƒ 500,- voor het jaar 1941 te vorderen, stelt de directeur voor om alleen de eerste drie maanden (januari t/m maart) in rekening te brengen tegen het maandtarief van ƒ 50,-. De resterende ƒ 350,- zou dan moeten worden kwijtgescholden omdat de handelaar door "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlog) geen toewijzingen van fruit (zoals sinaasappelen) meer krijgt en zijn kraam heeft moeten verlaten. 1. De Centrale Markt: Dit betreft de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de groothandel in levensmiddelen was geconcentreerd.
2. Bestuurlijke situatie: In de brief wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit is historisch significant: op 1 maart 1941 (kort na de Februaristaking) ontsloeg de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad en de wethouders. De democratie werd vervangen door het 'eenmansbestuur' van de regeringscommissaris (Edward Voute). Hoewel de brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", was deze functie op dat moment al ondergeschikt aan of vervangen door de structuren van de regeringscommissaris.
3. Schaarste: De brief is geschreven in een periode waarin de distributie van voedsel steeds nijpender werd. Exotisch fruit was als eerste verdwenen, maar ook de handel in Europees fruit werd door de bezetter streng gereguleerd en afgeknepen voor de lokale markt ten behoeve van export naar Duitsland.

Samenvatting

Dit document illustreert de economische gevolgen van de Duitse bezetting voor de kleinschalige handel in Amsterdam. Grossier L. Bolle, gevestigd in de Transvaalbuurt (een buurt met destijds een grote Joodse populatie), kan zijn handel in bananen niet voortzetten. Bananen waren een overzees importproduct dat door de oorlogssituatie en de blokkades volledig van de markt verdween.

De brief toont een ambtelijke berekening: in plaats van de volledige ƒ 500,- voor het jaar 1941 te vorderen, stelt de directeur voor om alleen de eerste drie maanden (januari t/m maart) in rekening te brengen tegen het maandtarief van ƒ 50,-. De resterende ƒ 350,- zou dan moeten worden kwijtgescholden omdat de handelaar door "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlog) geen toewijzingen van fruit (zoals sinaasappelen) meer krijgt en zijn kraam heeft moeten verlaten.

Historische Context

  1. De Centrale Markt: Dit betreft de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de groothandel in levensmiddelen was geconcentreerd.
  2. Bestuurlijke situatie: In de brief wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit is historisch significant: op 1 maart 1941 (kort na de Februaristaking) ontsloeg de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad en de wethouders. De democratie werd vervangen door het 'eenmansbestuur' van de regeringscommissaris (Edward Voute). Hoewel de brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", was deze functie op dat moment al ondergeschikt aan of vervangen door de structuren van de regeringscommissaris.
  3. Schaarste: De brief is geschreven in een periode waarin de distributie van voedsel steeds nijpender werd. Exotisch fruit was als eerste verdwenen, maar ook de handel in Europees fruit werd door de bezetter streng gereguleerd en afgeknepen voor de lokale markt ten behoeve van export naar Duitsland.

Gerelateerde Documenten 6