Zakelijke brief/missive.
Origineel
Zakelijke brief/missive. 19 mei 1941. De Directeur van de Centrale Markt (Amsterdam). Den Heer L. Bolle, Tweede Boerhaavestraat 73 hs, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven aantekeningen linksboven, deels onleesbaar:]
Gezien op flap
in Arb 0b [?] 20-5-'41
in cont [?] 9
[Handgeschreven rechtsboven:]
M. Rijffer [?]
9
[Getypt:]
HG.
66/8/7 M.
19 Mei 1941.
den Heer L.Bolle,
Tweede Boerhaavestraat 73 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
Bij missive van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 5 Mei 1941, werd U medegedeeld, dat van het door U verschuldigde plaatsgeld voor het bezetten van een plaats in de hal op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1941 ten bedrage van [aan de rechterzijde:] f 500,-
kwijtschelding werd verleend tot een bedrag van [aan de rechterzijde:] " 350,-
Voor bovenbedoelde plaats bent U derhalve verschuldigd [aan de rechterzijde:] f 150,-
U betaalde tot heden [aan de rechterzijde:] " 66,64
Door U moet nog betaald worden [aan de rechterzijde:] f 83,36
[Dubbele streep onder het bedrag]
Het laatstgenoemde bedrag dient U ten spoedigste ten kantore van mijn dienst Jan van Galenstraat 14 te voldoen.
Er wordt U niet opnieuw toegang tot de Centrale Markt verleend, zoolang vorenvermelde schuld niet ten volle is aangezuiverd.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke mededeling betreffende een openstaande schuld voor marktgeld. De heer L. Bolle, waarschijnlijk een marktkoopman of handelaar, had een schuld van 500 gulden voor zijn standplaats in de hal van de Centrale Markt in Amsterdam voor het jaar 1941.
Opvallend is dat de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" een aanzienlijke kwijtschelding van 350 gulden heeft verleend, waardoor de schuld werd verlaagd naar 150 gulden. Omdat er reeds 66,64 gulden was betaald, resteerde er nog een bedrag van 83,36 gulden. De toon van de brief is dwingend: indien het bedrag niet direct wordt voldaan bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat, wordt de heer Bolle de toegang tot de markt ontzegd. Dit zou voor een handelaar effectief een beroepsverbod betekenen. Het document dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" verwijst naar Edward Voute, die in maart 1941 door de bezetter was aangesteld nadat de Amsterdamse gemeenteraad en het college van B&W buitenspel waren gezet na de Februaristaking.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Veel handelaren daar waren Joods. Hoewel de brief zelf geen expliciet antisemitische maatregelen noemt, valt de datum (mei 1941) in een periode waarin de bureaucratische druk op Joodse ondernemers en Amsterdammers enorm toenam door middel van registraties en beperkingen. De achternaam 'Bolle' kwam in die tijd veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam-Oost. De kwijtschelding kan wijzen op een eerdere petitie of een algemene regeling vanwege de economisch moeilijke omstandigheden in het eerste oorlogsjaar.