Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 496
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief / Geleidebrief.

Van: De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam (ondertekening onderaan).

Origineel

Ambtelijke brief / Geleidebrief. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam (ondertekening onderaan). [Linksboven handgeschreven aantekeningen, o.a.:]
Gusteerd / Contrant / [onleesbaar]

66/19/3 M

D/G.

10 November 1941.

Kwytschelding marktgeld
Centrale Markt t.n.v.
S.Kloots.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Linkermarge handgeschreven:]
J. Millestijer,
W. Vollenhoven 82
1.10.41
1.11.41
1/4
9 mnd = f 450

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier S.Kloots, Swammerdamstraat 51, die voor het kalenderjaar 1941 een plaats bezet in de hal op de Centrale Markt ad f 500,- per kalenderjaar, naar hy heeft medegedeeld, op last van den Rykscommissaris zyn zaak heeft moeten liquideeren. Hy verzoekt thans hem met ingang van 1 November 1941 kwytschelding van het terzake nog verschuldigde marktgeld te verleenen. Kloots heeft zyn plaats na 20 October jl. niet meer bezet, zoodat er naar myn meening aanleiding bestaat, zyn verzoek in te willigen. Het komt my in het onderhavige geval, dat een apert geval van overmacht is (een van hoogerhand opgelegde liquidatie) billyk voor, dat Kloots een evenredige gedeelte van het kalenderjaar dit is derhalve 1/6 van het verschuldigde marktgeld wordt kwytgescholden. Indien namelyk, zooals by verzoeken tot kwytschelding tot nu toe als regel gebruikelyk was, het marktgeld tegen het maandtarief zou worden omgerekend, zou Kloots hebben moeten betalen 10 maanden à f 50,- = f 500,-, zoodat hy dan niet voor kwytschelding in aanmerking zou komen.

Ik geef U beleefd in overweging te willen bevorderen, da by besluit van den Burgemeester, ingevolge het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de heffing van marktgelden enz. op gronden van billykheid aan S.Kloots voornoemd kwytschelding van marktgeld wordt verleend van 1/6 van f 500,- = f 83.33.

De Directeur,

[Onderaan handgeschreven besluit in blauw potlood/inkt:]
I voorstel blijft slechts een bedrag ad f 50.- van hem wordt kwijtgescholden. Bovendien heeft de heer voor de maand October een bedrag ad f 20.67 voldaan.
Ik geef U beleefd in overweging [...] om de voornoemde kwijtschelding van marktgeld wordt verleend van 1/4 van f 500.- = f 125.-, terwijl het bedrag ad f 20.67 wordt gerestitueerd. Het document is een ambtelijk advies van de Directeur van de Centrale Markt aan de wethouder van Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek om kwijtschelding van marktgeld door de grossier S. Kloots.

Belangrijke elementen:
1. Gedwongen liquidatie: De reden voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten is "op last van den Rykscommissaris". Dit is een directe verwijzing naar de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Joodse ondernemers werden in deze periode gedwongen hun zaken te sluiten of over te dragen aan 'Verwalters' (liquidatie).
2. Berekening: De jaarhuur voor de marktplaats bedroeg 500 gulden. De directeur stelt voor om niet de harde regels voor tussentijdse opzegging te gebruiken (die nadelig zouden uitvallen voor Kloots), maar op basis van "billijkheid" 1/6e van het bedrag (f 83,33) kwijt te schelden, omdat Kloots de plek vanaf november niet meer gebruikt.
3. Handgeschreven wijziging: In de handgeschreven kanttekeningen en het besluit onderaan lijkt het voorstel te worden aangepast. Men spreekt uiteindelijk over een kwijtschelding van 1/4e deel (f 125,-) en een restitutie van een reeds betaald bedrag voor oktober. Dit document stamt uit november 1941, een jaar waarin de vervolging van Joodse burgers in Nederland door de nazi-bezetter intensiveerde. In de loop van 1941 werden diverse verordeningen uitgevaardigd om Joden uit het economische leven te bannen. De "liquidatie op last van de Rijkscommissaris" waar de brief over spreekt, is onderdeel van dit proces van onteigening en uitsluiting.

De brief toont de bureaucratische afhandeling van dergelijke tragedies: terwijl het leven en de broodwinning van de ondernemer S. Kloots (waarschijnlijk Salomon Kloots) door de bezetter worden vernietigd, buigt de Amsterdamse marktadministratie zich over de vraag hoe de resterende guldens aan marktgeld administratief "billijk" verrekend moeten worden. Het illustreert de 'banaliteit' van de bureaucreatie tijdens de bezettingsjaren.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies van de Directeur van de Centrale Markt aan de wethouder van Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek om kwijtschelding van marktgeld door de grossier S. Kloots.

Belangrijke elementen:
1. Gedwongen liquidatie: De reden voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten is "op last van den Rykscommissaris". Dit is een directe verwijzing naar de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Joodse ondernemers werden in deze periode gedwongen hun zaken te sluiten of over te dragen aan 'Verwalters' (liquidatie).
2. Berekening: De jaarhuur voor de marktplaats bedroeg 500 gulden. De directeur stelt voor om niet de harde regels voor tussentijdse opzegging te gebruiken (die nadelig zouden uitvallen voor Kloots), maar op basis van "billijkheid" 1/6e van het bedrag (f 83,33) kwijt te schelden, omdat Kloots de plek vanaf november niet meer gebruikt.
3. Handgeschreven wijziging: In de handgeschreven kanttekeningen en het besluit onderaan lijkt het voorstel te worden aangepast. Men spreekt uiteindelijk over een kwijtschelding van 1/4e deel (f 125,-) en een restitutie van een reeds betaald bedrag voor oktober.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1941, een jaar waarin de vervolging van Joodse burgers in Nederland door de nazi-bezetter intensiveerde. In de loop van 1941 werden diverse verordeningen uitgevaardigd om Joden uit het economische leven te bannen. De "liquidatie op last van de Rijkscommissaris" waar de brief over spreekt, is onderdeel van dit proces van onteigening en uitsluiting.

De brief toont de bureaucratische afhandeling van dergelijke tragedies: terwijl het leven en de broodwinning van de ondernemer S. Kloots (waarschijnlijk Salomon Kloots) door de bezetter worden vernietigd, buigt de Amsterdamse marktadministratie zich over de vraag hoe de resterende guldens aan marktgeld administratief "billijk" verrekend moeten worden. Het illustreert de 'banaliteit' van de bureaucreatie tijdens de bezettingsjaren.

Gerelateerde Documenten 6