Tweede pagina van een proces-verbaal.
Origineel
Tweede pagina van een proces-verbaal. Augustus 1941 ("1900 een en veertig"). -2-
[Marge links boven:]
doorhaling
G.S.G.
[Paraaf]
VAN SMEERDYK, oud 27 jaar, /[doorgehaald], wonende Dennenlaan 90 te Halfweg (NH), die mij als volgt verklaarde. Ik ben als personeel in dienst bij mijn broer LEENDERT VAN SMEERDYK, die voor de uitoefening van zijn bedrijf als grossier van het Marktwezen pakhuis B 2 en C 9 in huur heeft. In pakhuis B 2 neem ik zijn zaken waar. Aan de achterzijde van dit pakhuis staat een stapel ledige kisten, welke door mij van verschillende kooplieden in ontvangst zijn genomen en waarvoor ik al naar gelang de waarde een bepaald bedrag aan statiegeld heb uitbetaald. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan SMEERDYK de door mij in beslag genomen kisten) zijn afkomstig van de veiling te Loosduinen en is hiervoor per stuk een gulden aan statiegeld betaald. Aan den persoon, welken U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan SMEERDYK meergenoemden ROODVELDT) heb ik geen toestemming gegeven om drie van deze kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken".
Tenslotte hoorde ik, verbalisant, nog den mij bekenden LEENDERT VAN SMEERDYK, oud 31 jaar, grossier in groenten en fruit, gevestigd Centrale Markt B 2 en C 9, wonende Wilhelminastraat 3 te Halfweg (NH), die mij nadat ik hem van het vorenstaande in kennis had gesteld, aangifte deed als volgt verklarende: "Ik heb voor de uitoefening van mijn bedrijf van het Marktwezen de pakhuizen B 2 en C 9 in huur. In pakhuis B 2 worden mijn zaken waargenomen door mijn broer MARINUS CORNELIS VAN SMEERDYK, wiens werkzaamheden onder meer bestaan uit het verkoopen van mijn artikelen en het in ontvangst nemen van ledige kisten, waarvoor door hem ook het statiegeld wordt uitbetaald. Zooals ik thans van U verneem heeft de persoon, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan LEENDERT VAN SMEERDYK verdachte ROODVELDT) hedenmorgen drie ledige kisten aan de achterzijde van pakhuis B 2 weggenomen, welke kisten door mijn broer zijn ontvangen en waarvoor hij het statiegeld heeft uitbetaald. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant vertoon aan LEENDERT VAN SMEERDYK de drie door mij in beslag genomen kisten) zijn afkomstig van de veiling te Loosduinen en heb ik hiervoor per stuk een gulden statiegeld betaald. Ik had aan dezen persoon geen toestemming gegeven om de drie kisten weg te nemen noch daar op andere wijze over te beschikken. Zou het dezen persoon zijn gelukt de kisten ongemerkt weg te nemen, dan was ik hierdoor benadeeld voor een bedrag van f 3,-. Indien hiertoe termen aanwezig verzoek ik U tegen dezen persoon een strafrechterlijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."
[Handtekening: Felthuis(?)] [Handtekening: L. v Smeerdyk(?)]
Van de drie besproken kisten heb ik verbalisant, er twee aan SMEERDYK teruggegeven, doch één in beslag gehouden. Deze zal door mij op wettige wijze worden gedeponeerd aan de Griffie van de Arrondissements Rechtbank te Amsterdam. Na voorloopig door mij te zijn gehoord heb ik ROODVELDT heengezonden.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal op den door mij afgelegden ambtseed opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, Augustus 1900 een en veertig.
De Ambtenaar van het Marktwezen voornoemd,
[Handtekening: Felthuis] * Context van het misdrijf: Het betreft de ontvreemding van drie houten veilingkisten (statiegeldkisten) van de veiling in Loosduinen. Deze kisten hadden een waarde van 1 gulden per stuk, een aanzienlijk bedrag voor die tijd.
* Locatie: De pakhuizen B 2 en C 9 op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De getuigen zijn woonachtig in Halfweg.
* Procedure: De verbalisant (een ambtenaar van het Marktwezen) voert een confrontatie uit waarbij zowel de verdachte (Roodveldt) als de bewijsstukken (de kisten) aan de getuigen worden getoond ter identificatie.
* Afhandeling: Van de drie kisten worden er twee geretourneerd aan de eigenaar om de bedrijfsvoering niet onnodig te hinderen, terwijl één kist als corpus delicti (bewijsstuk) wordt overgedragen aan de rechtbank. De verdachte wordt na verhoor voorlopig op vrije voeten gesteld. Dit document stamt uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele en gemeentelijke instanties zoals het "Marktwezen" (de gemeentelijke dienst die de markten beheerde) hun reguliere politietaken uitvoeren met betrekking tot diefstal en ordehandhaving op de marktterreinen. Het gebruik van "1900 een en veertig" is een formele schrijfwijze die destijds gebruikelijk was in officiële akten. De Centrale Markt van Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam locatie bij de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. Diefstal van transportmiddelen zoals kisten was een serieus vergrijp omdat het de logistiek van de schaarse goederen verstoorde.