Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 19
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal (vervolgvel, pagina 2).

16 april 1941.

Origineel

Proces-verbaal (vervolgvel, pagina 2). 16 april 1941. -2-

van de Centrale Markt heb gelaten, heb ik mij naar den aardappelkant bege-
ven en aldaar genoemden Kreijt aangehouden en overgebracht naar de portiers-
loge van de Centrale Markt, alwaar ik hem voorloopig heb gehoord.

Kreijt verklaarde mij toen desgevraagd als volgt: "Hedenmorgen om-
streeks 9.30 uur heb ik mij op het terrein van de Centrale Markt begeven met
de handkar van Dijkstal, om aardappelen te koopen en tevens om een partij
ledige kisten van groenten, welke ik op Zaterdag 12 April 1941 bij verschil-
lende grossiers had gekocht, in te leveren. Ik heb toen onder andere 6 ledige
kisten, welke afkomstig waren van de groentenveiling te Leiden op pier A van
de Centrale Markt bij den grossier Van Belle ingeleverd en van hem hiervoor
het statiegeld terug ontvangen. Tevens bevonden zich op de handkar nog 7 kis-
ten, afkomstig van de veiling te Leiden, doch waarvan ik niet meer met zekerheid
wist van wie ik ze had ontvangen, wilde ik ze later ook inleveren bij den
grossier Van Belle. Toen ik echter om circa 10.20 uur v.m. bij diens pakhuis
A 12 kwam bleek mij, dat Van Belle reeds was vertrokken. Aan den kooper Dijk-
stal, met wien ik wel meer zaken doe, verzocht ik toen de 7 kisten voor mij
te willen inleveren bij Van Dijk op pier C, terwijl ik mij dan naar den aard-
appelkant van de Centrale Markt kon begeven om door mij gekochte aardappelen
in ontvangst te kunnen nemen. Dijkstal zou dan later naar mij toekomen opdat
ik het statiegeld van de kisten in ontvangst kon nemen en de aardappelen op
mijn handkar laden. Dat ik uit het pakhuis van Van Belle van morgen 7 ledige
kisten van de veiling te Leiden heb weggenomen, ontken ik beslist. De kisten,
welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Kreijt de door mij inbe-
slaggenomen kisten), herken ik als soortgelijk aan degenen, welke Dijkstal
voor mij zou inleveren. Na voorloopig door mij te zijn gehoord, heb ik Kreijt
en Dijkstal weer heengezonden.

Vervolgens hoorde ik, verbalisant, op 16 April 1941 een mij bekend
persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Cornelis de Mooy, oud 21
jaar, knecht en wonende Hofstraat 34 te Rijnsburg (Z.H.), die mij het volgende
verklaarde: "Ik ben als knecht in dienst van den grossier O. van Belle, die
voor de uitoefening van zijn bedrijf te samen met den grossier Rustenburg,
pakhuis A 12 van de Centrale Markt in huur heeft. Mijn werkzaamheden bestaan
onder meer uit het in ontvangst nemen van ledige kisten, welke door de koopers
bij mijn baas worden ingeleverd. Hoewel hiervan niet door mij, noch door Van
Belle administratie wordt bijgehouden, bemerkte ik van morgen terstond, dat
van een stapel ledige kisten, welke in genoemd pakhuis stond, 7 stuks, af-
komstig van de groentenveiling te Leiden, verdwenen waren. Zooals U mij thans
mededeelt, zou de persoon van wien U mij een foto vertoont (ik, verbalisant,
vertoon aan De Mooy een foto van Kreijt) gisterenmorgen na 10 uur 7 kisten uit
het pakhuis hebben weggenomen, hetgeen hem mogelijk zou zijn geweest, daar het
pakhuis aan de achterzijde niet gesloten was. Dat dit niet gesloten was, kwam
waarschijnlijk, doordat het personeel van Rustenburg nog op de Centrale Markt
was, terwijl mijn baas en ik ons reeds naar Rijnsburg begeven hadden. Voorts
kan ik U nog verklaren, dat de persoon van wien U mij de foto vertoonde, gis-
teren omstreeks 9.30 uur v.m. bij mij 6 ledige kisten, eveneens afkomstig van
de groentenveiling te Leiden heeft ingeleverd, waarvoor hem het bedrag aan
statiegeld is uitbetaald. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant,
vertoon aan De Mooy de 7 door mij in beslaggenomen kisten) herken ik als soort-
gelijk aan de 7 welke ik vermis."

Hierna hoorde ik, verbalisant, den mij bekenden Oene Van Belle, oud 42
jaar, grossier in groenten, gevestigd Centrale Markt in pakhuis A 12 en wonen-
de Langevaart 12 te Rijnsburg (Z.H.), die mij, nadat ik hem van het voren-
staande in kennis had gesteld, aangifte deed en als volgt verklaarde: "Ik heb
voor de uitoefening van mijn bedrijf pakhuis A 12 tezamen met grossier Rusten-
burg, in huur. Zooals ik reeds van mijn knecht De Mooy vernam, zijn er giste-
ren uit mijn pakhuis 7 kisten, afkomstig van de veiling te Leiden weggenomen.
Zooals U mij thans mededeelt zou dit gedaan zijn door den persoon van wien
U mij een foto vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van Belle een foto van
Kreijt). Ik had dezen persoon geen toestemming gegeven 7 kisten uit mijn pak-
huis weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Zou dit door
U niet zijn opgemerkt, dan was ik hierdoor benadeeld voor een bedrag van f 7,-
De kisten welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van Belle de door
mij inbeslaggenomen kisten) herken ik als soortgelijk aan degenen, welke in
mijn pakhuis stonden. Indien hiertoe termen aanwezig, verzoek ik U tegen dezen
persoon een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik
bij deze verklaring en teeken haar met U".

(Handtekening) O van Belle
(Handtekening) F. Elthuis Dit document betreft een gedetailleerd verslag van een onderzoek naar de vermissing van zeven veilingkisten bij een grossier op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een tegenstrijdigheid: de verdachte (Kreijt) beweert dat hij de kisten rechtmatig elders had verkregen en enkel probeerde in te leveren, terwijl de knecht (De Mooy) en de eigenaar (Van Belle) verklaren dat er exact zeven kisten uit hun onbeheerde pakhuis zijn verdwenen.

Opvallende details:
* Waarde: De schade bedraagt 7 gulden aan statiegeld.
* Identificatie: Er wordt gebruikgemaakt van een foto van de verdachte om getuigenverklaringen te staven.
* Spelling: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. zooals, koopen, den).
* Logistiek: Het geeft inzicht in de logistieke stromen tussen de veiling in Leiden en de Centrale Markt in Amsterdam, waarbij handkarren een belangrijke rol speelden. Het document dateert van 16 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, weerspiegelt het proces-verbaal de strikte handhaving van de orde op de Centrale Markthallen in Amsterdam. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Diefstal van emballage (zoals veilingkisten) was een veelvoorkomend probleem, omdat het statiegeld een welkome bron van inkomsten was in een tijd van toenemende schaarste. Veel handelaren en arbeiders, zoals de genoemde personen uit Rijnsburg, reisden dagelijks tussen de bollenstreek/Leiden en Amsterdam voor de handel. Kreijt (verdachte/getuige) Dijkstal Cornelis de Mooy (knecht) Oene van Belle (grossier) verbalisant (vermoedelijk F. Elthuis).

Samenvatting

Dit document betreft een gedetailleerd verslag van een onderzoek naar de vermissing van zeven veilingkisten bij een grossier op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een tegenstrijdigheid: de verdachte (Kreijt) beweert dat hij de kisten rechtmatig elders had verkregen en enkel probeerde in te leveren, terwijl de knecht (De Mooy) en de eigenaar (Van Belle) verklaren dat er exact zeven kisten uit hun onbeheerde pakhuis zijn verdwenen.

Opvallende details:
* Waarde: De schade bedraagt 7 gulden aan statiegeld.
* Identificatie: Er wordt gebruikgemaakt van een foto van de verdachte om getuigenverklaringen te staven.
* Spelling: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. zooals, koopen, den).
* Logistiek: Het geeft inzicht in de logistieke stromen tussen de veiling in Leiden en de Centrale Markt in Amsterdam, waarbij handkarren een belangrijke rol speelden.

Historische Context

Het document dateert van 16 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, weerspiegelt het proces-verbaal de strikte handhaving van de orde op de Centrale Markthallen in Amsterdam. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Diefstal van emballage (zoals veilingkisten) was een veelvoorkomend probleem, omdat het statiegeld een welkome bron van inkomsten was in een tijd van toenemende schaarste. Veel handelaren en arbeiders, zoals de genoemde personen uit Rijnsburg, reisden dagelijks tussen de bollenstreek/Leiden en Amsterdam voor de handel.

Genoemde Personen 5

Kreijt (verdachte/getuige) Dijkstal Cornelis de Mooy (knecht) Oene van Belle (grossier) verbalisant (vermoedelijk F. Elthuis).

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt).

Gerelateerde Documenten 6