Ambtelijke correspondentie / intern memorandum (Bijblad).
Origineel
Ambtelijke correspondentie / intern memorandum (Bijblad). [Linkerbovenzijde, in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 77/41/5, 1941.
DOORGEZONDEN: 3/9 '41.
[Rechterbovenzijde, handtekening:]
Th. Broerse
[Midden bovenzijde, handgeschreven notitie:]
Is naar mijn leven
voldoende door de aan gezochte
overtreding in een ander (daarom?)
deugdelijk een komen te staan;
M. i. geen reden tot vermindering
van straf
W.C.M. bs 1/9-'41
[Linkermarge:]
straf kooper
A. Vrizije
Centrale Markt
77/41/6
11/9/41 [paraaf]
(in aansluiting
op de door mij
opgelegde
straf)
[Onderzijde, hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kant-
brief dd. 2 dezer om advies ontvangen stuk No 53/18 LM
1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant door mij,
wegens het verstoren van de orde op de C.M. voor den tijd van
14 dagen is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot
de C.M. n.l. van 13 tot en met 26 Augs. jl. ~~Ten opzichte van mij~~
~~voorstel, heb ik met mijn brief dd. 14 Aug. jl. No. 77/41/3 M.~~
~~voorgesteld aan adressant voor langere tijd den toegang tot~~
~~de C.M. te ontzeggen heeft~~ de Burgemeester bij zijne brief dd.
[53/18 LM?] adressant den toegang tot de C.M. ontnomen voor
den tijd van twee maanden. Adressant [ontkent de overtreding?] Dit document betreft een disciplinaire maatregel tegen een handelaar, A. Vrizije, op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
De kern van de zaak is een verhoging van de strafmaat. In eerste instantie had de marktmeester (de schrijver van de onderste tekst) Vrizije een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd (van 13 t/m 26 augustus 1941) wegens "verstoren van de orde". Echter, de Burgemeester heeft deze straf verzwaard naar een toegangsverbod van twee maanden.
In de notitie in het midden (gedateerd 1 september 1941) reageert een tweede ambtenaar (W.C.M.) op een blijkbaar ingediend bezwaar of verzoek om gratie. W.C.M. oordeelt dat de overtreding ernstig genoeg is en ziet "geen reden tot vermindering van straf". Het document illustreert de strikte handhaving van de orde op de vitale voedselmarkten tijdens de oorlog. In 1941 was de voedselvoorziening in Nederland reeds precair en stond deze onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten (onder toezicht van de bezetter) als de crisis-organen. De Centrale Markt in Amsterdam was het spilpunt voor de distributie. "Verstoring van de orde" op een dergelijke plek werd hoog opgenomen, omdat het de distributieketen in gevaar kon brengen.
De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) bij een individuele marktstraf onderstreept het belang dat werd gehecht aan discipline op de marktplaatsen. De doorgehaalde regels in de onderste tekst suggereren een administratieve correctie of een verandering in de verslaglegging over hoe de zwaardere straf tot stand is gekomen. A. Vrizije M. No Gemeente Amsterdam