Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 286
Dossier 21
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstbrief (doorslag of kopie).

29 augustus 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtsbrief / Dienstbrief (doorslag of kopie). 29 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst). [Handgeschreven rechtsboven in blauw:] ten. Ph. [onleesbaar, mogelijk 'Morre' of 'Brouwer']

[Midden boven:] VD/HG.

[Linksboven:]
77/46/3 N.
1

[Handgeschreven paraaf midden links over datum:] [Onleesbaar] 29/8-'41

[Rechtsboven:] 29 Augustus 1941.

[Linksboven onder referentienummer:]
Straf personeel van
verkooper C. Rem Centrale
Markt.

[Rechtsmidden, geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een rapport d.d. 22 dezer, opgemaakt door den contrôleur M.C. Groot van mijn dienst, waaruit blijkt, dat C. Rem, wien als personeel van den grossier A. van Harte toegang tot de Centrale Markt is verleend, op die markt is opgetreden als inkooper voor zijn broer, een winkelier. Waar de koopers der Centrale Markt momenteel om 7.15 uur v.m. tot de markt worden toegelaten, heeft Rem, doordat hij vóór dat uur reeds bestellingen deed, de orde en den goeden gang van zaken op de Centrale Markt in gevaar gebracht. Op grond hiervan heb ik hem, ingevolge lid 1 van artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 25 Augustus tot en met 7 September a.s.

Ik ben van meening, dat Rem voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en geef U mitsdien beleefd in overweging, te willen bevorderen, dat hem door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, ingevolge het tweede lid van vorenaangehaald artikel van het Reglement, voor drie maanden den toegang tot die markt wordt ontnomen.

Rem voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan eenig strafbaar feit schuldig gemaakt.

[Rechtsonder:]
De Directeur,

--- In dit document rapporteert de directeur van (vermoedelijk) de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder voor Levensmiddelen over een overtreding door een personeelslid genaamd C. Rem. Rem was werkzaam bij de grossier A. van Harte en misbruikte zijn vroege toegang tot de markt (bedoeld voor personeel) om al vóór de officiële openingstijd van 7:15 uur bestellingen te plaatsen voor zijn broer, die een eigen winkel had.

Dit werd beschouwd als een ernstige verstoring van de orde en een vorm van oneerlijke concurrentie, aangezien hij zo de beste voorraad kon claimen voordat andere kopers toegang hadden. De directeur heeft Rem reeds een verbod van 14 dagen opgelegd, maar acht dit onvoldoende. Hij adviseert de wethouder om bij de Regeringscommissaris van Amsterdam aan te dringen op een zwaardere straf: een marktverbod van drie maanden. Als verzachtende omstandigheid wordt wel vermeld dat de man geen eerdere overtredingen op zijn naam heeft staan.

--- Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt van Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie was de controle op de handel uiterst streng. Elke vorm van 'voorkeursbehandeling' of handelen buiten de officiële regels om kon de stabiliteit van de voedselketen in gevaar brengen en werd hard aangepakt om zwarte handel te voorkomen.

Opvallend is de verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Tijdens de bezetting werden burgemeesters en wethouders vaak aan de kant geschoven of ondergeschikt gemaakt aan door de Duitsers aangestelde functionarissen. Edward Voûte was in deze periode de regeringscommissaris (en burgemeester) van Amsterdam. De administratieve hiërarchie in het document weerspiegelt de toenmalige machtsstructuur waarin lokale ambtenaren rapporteerden aan door de bezetter gecontroleerde instanties. De formele toon en de strikte naleving van het "Reglement" tonen aan hoe bureaucratisch en gecontroleerd het dagelijks leven, en met name de voedseldistributie, was ingericht tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

In dit document rapporteert de directeur van (vermoedelijk) de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder voor Levensmiddelen over een overtreding door een personeelslid genaamd C. Rem. Rem was werkzaam bij de grossier A. van Harte en misbruikte zijn vroege toegang tot de markt (bedoeld voor personeel) om al vóór de officiële openingstijd van 7:15 uur bestellingen te plaatsen voor zijn broer, die een eigen winkel had.

Dit werd beschouwd als een ernstige verstoring van de orde en een vorm van oneerlijke concurrentie, aangezien hij zo de beste voorraad kon claimen voordat andere kopers toegang hadden. De directeur heeft Rem reeds een verbod van 14 dagen opgelegd, maar acht dit onvoldoende. Hij adviseert de wethouder om bij de Regeringscommissaris van Amsterdam aan te dringen op een zwaardere straf: een marktverbod van drie maanden. Als verzachtende omstandigheid wordt wel vermeld dat de man geen eerdere overtredingen op zijn naam heeft staan.


Historische Context

Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt van Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie was de controle op de handel uiterst streng. Elke vorm van 'voorkeursbehandeling' of handelen buiten de officiële regels om kon de stabiliteit van de voedselketen in gevaar brengen en werd hard aangepakt om zwarte handel te voorkomen.

Opvallend is de verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Tijdens de bezetting werden burgemeesters en wethouders vaak aan de kant geschoven of ondergeschikt gemaakt aan door de Duitsers aangestelde functionarissen. Edward Voûte was in deze periode de regeringscommissaris (en burgemeester) van Amsterdam. De administratieve hiërarchie in het document weerspiegelt de toenmalige machtsstructuur waarin lokale ambtenaren rapporteerden aan door de bezetter gecontroleerde instanties. De formele toon en de strikte naleving van het "Reglement" tonen aan hoe bureaucratisch en gecontroleerd het dagelijks leven, en met name de voedseldistributie, was ingericht tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6