Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 94
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief/Correspondentie.

26 juni 1941. Van: De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam), kenmerk VB/HG. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Ambtsbrief/Correspondentie. 26 juni 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam), kenmerk VB/HG. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. VB/HG.

77/21/3 M.
1

26 Juni 1941.

Straf H.Serno
Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 11 Juni jl. door den contrôleur D.H.V. Schiermeier van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat H. Serno, wonende Orteliusstraat 354 II alhier, wien als personeel van den kooper C.J. Vermaas toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich op 11 Juni jl. op die markt heeft schuldig gemaakt aan poging tot oplichting, ten nadeele van den grossier C. de Jong, gevestigd op de Centrale Markt. De heer De Jong heeft besloten terzake van dit feit geen aangifte bij de Politie te doen; dezerzijds is Serno voornoemd ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 23 Juni tot en met 6 Juli a.s.

In verband met de door hem gepleegde fraude, acht ik het gewenscht, dat in aansluiting op deze straf Serno voor langeren tijd van de Centrale Markt wordt geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Serno, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 7 Juli a.s.

Serno voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.

De Directeur, * De Casus: H. Serno, een medewerker van een inkoper (C.J. Vermaas), heeft geprobeerd een grossier op de Centrale Markt op te lichten. Hoewel het slachtoffer geen politieaangifte deed, greep de marktadministratie zelf in.
* Strafmaat: In eerste instantie is een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd door de directeur zelf (op basis van Art. 35 lid 1). Echter, de directeur vindt dit onvoldoende en stelt een verzwaring voor naar 6 maanden.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar het 'Reglement op de Centrale Markt', specifiek artikel 35. De zwaardere straf (lid 2) moet bekrachtigd worden door de Regeringscommissaris.
* Persoonlijke omstandigheden: De brief vermeldt dat de dader niet eerder in de fout is gegaan op de markt, maar dit wordt niet als verzachtende omstandigheid gebruikt om de voorgestelde strafverzwaring te matigen. Dit document stamt uit juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode cruciaal en stond onder streng toezicht. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als de spil in de distributie van levensmiddelen. Fraude of onregelmatigheden werden in deze context zeer zwaar opgenomen om de stabiliteit van de voedselketen te waarborgen.

Opmerkelijk is de vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In maart 1941, na de Februaristaking, hadden de Duitse bezetters de democratisch gekozen gemeenteraad en wethouders buitenspel gezet. Edward Voûte werd benoemd tot regeringscommissaris (feitelijk burgemeester met dictatoriale bevoegdheden). De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die onder het nieuwe regime bleef bestaan maar direct rapporteerde aan de commissaris. De formele, ambtelijke toon verhult de politieke hoogspanning en de schaarste die in deze oorlogsjaren de stad beheersten.

Samenvatting

  • De Casus: H. Serno, een medewerker van een inkoper (C.J. Vermaas), heeft geprobeerd een grossier op de Centrale Markt op te lichten. Hoewel het slachtoffer geen politieaangifte deed, greep de marktadministratie zelf in.
  • Strafmaat: In eerste instantie is een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd door de directeur zelf (op basis van Art. 35 lid 1). Echter, de directeur vindt dit onvoldoende en stelt een verzwaring voor naar 6 maanden.
  • Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar het 'Reglement op de Centrale Markt', specifiek artikel 35. De zwaardere straf (lid 2) moet bekrachtigd worden door de Regeringscommissaris.
  • Persoonlijke omstandigheden: De brief vermeldt dat de dader niet eerder in de fout is gegaan op de markt, maar dit wordt niet als verzachtende omstandigheid gebruikt om de voorgestelde strafverzwaring te matigen.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode cruciaal en stond onder streng toezicht. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als de spil in de distributie van levensmiddelen. Fraude of onregelmatigheden werden in deze context zeer zwaar opgenomen om de stabiliteit van de voedselketen te waarborgen.

Opmerkelijk is de vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In maart 1941, na de Februaristaking, hadden de Duitse bezetters de democratisch gekozen gemeenteraad en wethouders buitenspel gezet. Edward Voûte werd benoemd tot regeringscommissaris (feitelijk burgemeester met dictatoriale bevoegdheden). De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die onder het nieuwe regime bleef bestaan maar direct rapporteerde aan de commissaris. De formele, ambtelijke toon verhult de politieke hoogspanning en de schaarste die in deze oorlogsjaren de stad beheersten.

Gerelateerde Documenten 6