Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 18
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel ambtelijk rapport.

9 maart 1942. Van: B. Felthuis, Controleur. Aan: De heer Bedrijfschef van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Officieel ambtelijk rapport. 9 maart 1942. B. Felthuis, Controleur. De heer Bedrijfschef van het Marktwezen, Amsterdam. R A P P O R T

Naar aanleiding van een schrijven van J. Stegmeijer, wonende Nieuwe
Keizersgracht 50 en zaak houdende Weesperstraat alhier, aan den heer
Burgemeester van Amsterdam, om diens bemiddeling tot het verkrijgen
van een erkenning als kleinhandelaar in aardappelen, heb ik, onderge-
teekende, Controleur B. Felthuis, een onderzoek ingesteld waarbij mij
het volgende is gebleken. Stegmeijer heeft in de Weesperstraat een
winkel welke niet uitsluitend xxx als groenten enfruit en aardappelen
zaak kan worden aangemerkt, doch waarin hij blijkbaar ook kruideniers
waren en dergelijke verkoopt. Hoewel Stegmeijer, naar hij zelf verklaarde
de laatste drie jaren pensionhouder is geweest en in dien tijd niet
in de aardappelenhandel, noch in de groenten en fruit zaken heeft ge-
daan, is hij in Januari 1942 toch in het bezit gesteld van een erken-
ning als kleinhandelaar in groenten en fruit onder No K.59556.
Deze erkenning heeft hij niet door bemiddeling van Marktwezen aan-
gevraagd. Met betrekking tot zijn aanvrage om een erkenning als klein-
handelaar in aardappelen, is gebleken, dat Stegmeijer nog geen officieele
afwijzing heeft gekregen. Ten einde zijn aanvrage te ondersteunen,
heb ik hem geadviseerd zich tot den havenmeester van Delfzijl te wenden
en van deze een verklaring te vragen waaruit blijkt, dat hij, Steg-
meijer, daar zaken heeft gedaan in aardappelen. Stegmeijer heeft sinds
10 Februari 1942 toegang tot de Centrale Markt als kooper, doch tot
nu toe van zijn kaart geen gebruik gemaakt.

Amsterdam 9 Maart 1942
Controleur,

[Handtekening: B. Felthuis]

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen,

[Paraaf: vs] [Paraaf: Fb] Dit rapport documenteert een bureaucratisch proces rondom de handel in levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting. De heer J. Stegmeijer probeert via de burgemeester een vergunning (erkenning) te krijgen om aardappelen te mogen verkopen in zijn winkel aan de Weesperstraat.

De inspecteur, B. Felthuis, uit enige scepsis:
1. Aard van de winkel: De zaak is geen zuivere groentewinkel, maar verkoopt ook kruidenierswaren.
2. Arbeidsverleden: Stegmeijer was de afgelopen drie jaar pensionhouder en heeft dus een gat in zijn ervaring binnen de branche.
3. Huidige status: Hij heeft reeds een vergunning voor groenten en fruit, verkregen buiten het Marktwezen om, maar maakt nog geen gebruik van zijn inkooprechten op de Centrale Markt.

Opvallend is het advies van de controleur om bewijs van eerdere handelsactiviteiten in Delfzijl op te vragen. Dit suggereert dat Stegmeijer mogelijk een migratie-achtergrond binnen Nederland heeft of eerder in de noordelijke aardappelhandel werkzaam was. Het document dateert van maart 1942, een periode waarin de distributie van voedsel in het bezette Nederland strikt gereguleerd was. Erkenningen waren essentieel om legaal goederen te kunnen inkopen en verkopen via het bonnensysteem.

De locaties die genoemd worden, de Nieuwe Keizersgracht en de Weesperstraat, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Hoewel uit dit document niet direct de etniciteit van Stegmeijer blijkt, is de context van de bezettingsjaren in deze specifieke wijk zeer relevant. In deze periode werden veel Joodse winkels gesloten of onder toezicht van een 'Verwalter' geplaatst. De ambtelijke toon van het rapport is echter strikt zakelijk en gericht op de handelsreglementen van het "Marktwezen" (de gemeentelijke dienst die toezag op markten en handel). De Centrale Markt, waar Stegmeijer toegang toe had, was de plek waar de groothandel en distributie voor de hele stad plaatsvond.

Samenvatting

Dit rapport documenteert een bureaucratisch proces rondom de handel in levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting. De heer J. Stegmeijer probeert via de burgemeester een vergunning (erkenning) te krijgen om aardappelen te mogen verkopen in zijn winkel aan de Weesperstraat.

De inspecteur, B. Felthuis, uit enige scepsis:
1. Aard van de winkel: De zaak is geen zuivere groentewinkel, maar verkoopt ook kruidenierswaren.
2. Arbeidsverleden: Stegmeijer was de afgelopen drie jaar pensionhouder en heeft dus een gat in zijn ervaring binnen de branche.
3. Huidige status: Hij heeft reeds een vergunning voor groenten en fruit, verkregen buiten het Marktwezen om, maar maakt nog geen gebruik van zijn inkooprechten op de Centrale Markt.

Opvallend is het advies van de controleur om bewijs van eerdere handelsactiviteiten in Delfzijl op te vragen. Dit suggereert dat Stegmeijer mogelijk een migratie-achtergrond binnen Nederland heeft of eerder in de noordelijke aardappelhandel werkzaam was.

Historische Context

Het document dateert van maart 1942, een periode waarin de distributie van voedsel in het bezette Nederland strikt gereguleerd was. Erkenningen waren essentieel om legaal goederen te kunnen inkopen en verkopen via het bonnensysteem.

De locaties die genoemd worden, de Nieuwe Keizersgracht en de Weesperstraat, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Hoewel uit dit document niet direct de etniciteit van Stegmeijer blijkt, is de context van de bezettingsjaren in deze specifieke wijk zeer relevant. In deze periode werden veel Joodse winkels gesloten of onder toezicht van een 'Verwalter' geplaatst. De ambtelijke toon van het rapport is echter strikt zakelijk en gericht op de handelsreglementen van het "Marktwezen" (de gemeentelijke dienst die toezag op markten en handel). De Centrale Markt, waar Stegmeijer toegang toe had, was de plek waar de groothandel en distributie voor de hele stad plaatsvond.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6