Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 323
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift (Afschrift V).

1942 (vermoedelijk april/mei, refererend aan de "zomerregeling").

Origineel

Getypt afschrift (Afschrift V). 1942 (vermoedelijk april/mei, refererend aan de "zomerregeling"). No. 348 L.M. 1942 4/5. A f s c h r i f t V.

Algemeene opmerkingen.
1. De medewerking van de gemeenten. Opgemerkt wordt dat, hoewel de circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zakeh van 4 Maart 1942 er bij de gemeenten op aandringt zich zooveel mogelijk van bemoeiing met de groentevoorziening te onthouden, toch in de practijk medewerking van de gemeenten gunstige resultaten zal kunnen bieden. Zoo zullen de grootere gemeenten hun medewerking moeten blijven verleenen bij de voorziening van de omliggende kleinere gemeenten. De vraag is echter of zij daarvoor voldoende hoeveelheden zullen krijgen toegewezen.
2. Bevoorrading grossiers. De grossiers krijgen hun toewijzingen, gegrond op hun aankoopen bij bepaalde veilingen in het basisjaar 1939. Het toegewezen aantal punten is derhalve slechts te gebruiken op de veilingen, waar in het basisjaat is gekocht. In enkelen gevallen brengt dit mede dat de groenten over groote afstanden moeten worden gehaald, terwijl de mogelijkheid bestaat, dat op de aangewezen veilingen niets, of geringe keus is, terwijl de situatie op dichterbij gelegen veilingen veel gunstiger is.
3. De kleinhandel. Opgemerkt wordt, dat de gemeenten voldoende contrôle hebben op de groentevoorziening voor zoover het betreft de bevoorrading van de grossiers, en den verkkoop van de grossiers aan den kleinhandel. De contrôle echter op de handelingen der winkeliers is onvoldoende. Deze hebben de gelegenheid, de groaten of slechts te verkoopen aan zoogenaamde uitbrengkalnten, of achter te houden en tegen hoogere prijs te verkoopen dan den vastgestelden prijs.
Voorgesteld wordt om maatregelen te zoeken welke dezen handel voorkomen. In dit verband wordt genoemd: distributie van wintergroenten. Voorts wordt de vraag gesteld, welke richtlijnen kunnen worden aangenomen bij de vaststelling wie als kleinhandelaar kan worden aangemerkt.
4. Vergoeding transportkosten. Er wordt op aangedrongen, dat de tegemoetkoming van het Bureau in de transportkosten spoedig zullen worden voldaan.

De heer Valstar aanvaardt gaarne het tot hem gerichte verzoek tot steun en raad bij alle voorkomende moeilijkheden. Hij dringt er bij de gemeenten op aan, zich bij de moeilijkheden onverwijld tot hem en den heer Velders te richten.

De hem gestelde vragen beantwoordt spreker als volgt:

Vragen betreffende de zomerregeling.
Prijs zomergroenten. Ook spreker ziet den groenteprijs als een voorname afctor bij de voorziening. Spreker merkt echter op, dat de prijs jarenlang op een te laag niveau heeft gestaan. De prijsstijging is derhalve ten deele een verklaarbaar verschijnsel. En daarbij moet er rekening mede worden gehouden dat ook in normale tijden een deel der bevolking niet in staat is zich de jonge zomergroenten aan te schaffen. Voorts meent spreker, dat de gelegenheid, om gebruik te maken van vat- en wintergroenten ook nu nog wel bestaat, waarbij spreker mededeelt, dat de productie van vatgroenten dezen winter ruim tweemaal zoo groot is geweest als in normale jaren.
Tenslotte vestigt spreker er de aandacht op, dat hoewel hij steeds all alle aandacht heeft voor het prijsprobleem, de regeling daarvan bij anderen berust. * Context van schaarste: Het document weerspiegelt de bureaucratische inspanningen om de voedseldistributie tijdens de Duitse bezetting te reguleren. Er is een duidelijke spanning tussen de centrale richtlijnen (het Departement) en de lokale uitvoering (gemeenten).
* Logistieke knelpunten: Punt 2 illustreert de starheid van het systeem waarbij grossiers gebonden zijn aan veilingen waar zij in 1939 (vóór de oorlog) kochten. Dit leidde tot inefficiënt transport in een tijd van brandstofschaarste.
* Zwarte handel en prijsbeheersing: Er wordt melding gemaakt van winkeliers die producten achterhouden voor "uitbrengklanten" (vaste klanten die extra betalen) of illegale prijzen vragen. De overheid probeert dit te beteugelen, onder andere door de distributie van "wintergroenten" (houdbare groenten zoals kool of wortelen) als controlemiddel.
* Sociale aspecten: De spreker relativeert de hoge prijzen van zomergroenten door te stellen dat deze vroeger "te laag" waren en dat de armere bevolking deze producten voor de oorlog ook al niet kon betalen. Dit wijst op een harde, pragmatische houding ten aanzien van de volksvoeding.
* Vatgroenten: De nadruk op "vatgroenten" (ingemaakte groenten in zout of zuur) toont aan dat men sterk inzette op verduurzaamde voorraden om de winter door te komen. Dit document is afkomstig uit de administratie van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). De genoemde "heer Valstar" is hoogstwaarschijnlijk S.I. (Siem) Valstar, die destijds een prominente rol speelde binnen het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO), specifiek voor de sector Groenten en Fruit.

De tekst laat zien hoe de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse ambtenarij probeerden de voedselketen van teler naar consument volledig te beheersen via een puntenstelsel en strikte regelgeving voor grossiers en detailhandel. De verwijzing naar de "zomerregeling" duidt op het jaarlijkse plan voor de distributie van de nieuwe oogst. De genoemde datum van 4 maart 1942 markeert een moment waarop de schaarste nijpender begon te worden en de centrale overheid meer grip probeerde te krijgen op de gemeentelijke bemoeienis.

Samenvatting

  • Context van schaarste: Het document weerspiegelt de bureaucratische inspanningen om de voedseldistributie tijdens de Duitse bezetting te reguleren. Er is een duidelijke spanning tussen de centrale richtlijnen (het Departement) en de lokale uitvoering (gemeenten).
  • Logistieke knelpunten: Punt 2 illustreert de starheid van het systeem waarbij grossiers gebonden zijn aan veilingen waar zij in 1939 (vóór de oorlog) kochten. Dit leidde tot inefficiënt transport in een tijd van brandstofschaarste.
  • Zwarte handel en prijsbeheersing: Er wordt melding gemaakt van winkeliers die producten achterhouden voor "uitbrengklanten" (vaste klanten die extra betalen) of illegale prijzen vragen. De overheid probeert dit te beteugelen, onder andere door de distributie van "wintergroenten" (houdbare groenten zoals kool of wortelen) als controlemiddel.
  • Sociale aspecten: De spreker relativeert de hoge prijzen van zomergroenten door te stellen dat deze vroeger "te laag" waren en dat de armere bevolking deze producten voor de oorlog ook al niet kon betalen. Dit wijst op een harde, pragmatische houding ten aanzien van de volksvoeding.
  • Vatgroenten: De nadruk op "vatgroenten" (ingemaakte groenten in zout of zuur) toont aan dat men sterk inzette op verduurzaamde voorraden om de winter door te komen.

Historische Context

Dit document is afkomstig uit de administratie van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). De genoemde "heer Valstar" is hoogstwaarschijnlijk S.I. (Siem) Valstar, die destijds een prominente rol speelde binnen het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO), specifiek voor de sector Groenten en Fruit.

De tekst laat zien hoe de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse ambtenarij probeerden de voedselketen van teler naar consument volledig te beheersen via een puntenstelsel en strikte regelgeving voor grossiers en detailhandel. De verwijzing naar de "zomerregeling" duidt op het jaarlijkse plan voor de distributie van de nieuwe oogst. De genoemde datum van 4 maart 1942 markeert een moment waarop de schaarste nijpender begon te worden en de centrale overheid meer grip probeerde te krijgen op de gemeentelijke bemoeienis.

Gerelateerde Documenten 6