Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 325
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Mei 1942 (afgeleid uit de context en het nummer).

Origineel

Mei 1942 (afgeleid uit de context en het nummer). No. 348 L.M. 1942 4/5. A f s c h r i f t VI.

  1. De voorziening in de eerstvolgende dagen. Spreker deelt mede, dat de positie der groentevoorziening voor de eerstvolgende dagen gunstig mag worden genoemd. Zoo er regen komt, zal er binnenkort overvloed van spinazie en bloemkool zijn. Voor zoover de regen nog op zich laat wachten, is er ^(V in.) de zeer gunstig verloopen sla-campagne uit de kassen een flinke reserve. Verwacht mag worden, dat het diepste punt in de groentevoorziening is gepasseerd.
  2. De voorziening zomer 1942. Spreker verwacht voor den komenden zomer volop groenten. Slechts deze beperking moet hij daarbij maken; voor zoover het maar groeien wil. Zekerheid, dat alle groenten de veilingen zullen bereiken, kan de spreker echter niet geven. Ook in normale tijden gaat een gedeelte van de groenten om de veilingen heen. Dat dit gedeelte onder de huidige omstandigheden enorme hoeveelheden betreft, meent spreker te mogen betwijfelen. Moeilijkheden zullen zich dan ook eerder langs andere zijden kunnen voordoen. Een gedeelte- buiten contröle van spreker- zal naar de fabrieken worden gezonden. Een voorts blijft ook gedurende den zomer het exportprobleem bestaan. Het bureau blijft echter waakzaam om den omvang der Nederlandsche behoefte, welke eerst gedekt moet zijn, steeds zoo goed mogelijk te schatten.
  3. Het vraagstuk van het transport. Spreker kan zich niet onttrekken aan de gedachte dat, in tegenstelling tot, de gemaakte opmerkingen, wel eenig transportmateriaal in verschillende gemeenten aanwezig is voor het vervoer van groenten.
  4. De werkzaamheid van het bureau gedurende de zomermaanden. Spreker moet het verzoek, om de winterregeling ook gedurende de zomermaanden van kracht te doen zijn, van de hand wijzen. Voor dezen zomer zijn de verwachtingen omtrent de hoeveelheden groenten, welke aan de 170, gedurende de zomermaanden werkende veilingen zullen komen, goed. Men moet zich hierbij bovendien wel rekenschap geven dat een ingrijpen ten aanzien van de zomergroenten veel bezwaarlijker zou zijn dan ten aanzien van de stapelgroenten. De zomergroenten zijn spoedig aan bederf onderhevig. Er is naar sprekers meening ook geen aanleiding om het bureau bij de voorziening in te schakelen. Gaarne herhaalt spreker echet zijn aanbod om adviezen te verstrekken en steun te verleenen aan de gemeenten, welke moeilijkheden hebben.

Vragen betreffende de winterregeling.
1. De winteropslag. De heer Valstar doet gaarne de toezegging, den opslag voor den komenden winter vroeger in den herfst te doen aanvangen dan in het vorig jaar en ook grooter in omvang. De belangrijkste fout, welke bij de regeling van het vorige jaar is begaan, ligt juist in het tijdstip, waarop met de regeling een aanvang is gemaakt. Spreker is daarom voornemens, reeds in September een aanvang met de regeling van den opslag te maken. Immers, bij aanvang op een later tijdstip doen zich reeds dadelijk moeilijkheden voor in verband met het transport voor de suikerbieten-campagne en het aardappelvervoer. * Taal en spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (vóór de hervorming van 1947), met woorden als "zoo", "Nederlandsche" en "dezen". Er zit een typefout in punt 5: "echet" in plaats van "echter".
* Inhoud: De tekst is een verslag van een bespreking (mogelijk een vergadering van burgemeesters of distributieambtenaren) over de voedselvoorziening. De nadruk ligt op de logistiek van de groentevoorziening, het voorkomen van tekorten en het belang van een tijdige opstart van de wintervoorraden.
* Sprekers: Er wordt verwezen naar een "spreker" (mogelijk S.P.L. Louwes, de Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening) en expliciet naar "de heer Valstar". Simon Valstar was een sleutelfiguur binnen het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) en verantwoordelijk voor de sector groenten en fruit. Dit document stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode streng gereguleerd door de overheid via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

De tekst illustreert de spanning tussen verschillende belangen:
1. De binnenlandse behoefte: De noodzaak om de Nederlandse bevolking van voldoende voedsel te voorzien.
2. Het "exportprobleem": De gedwongen leveringen van Nederlandse landbouwproducten aan Duitsland.
3. De zwarte markt: De "spreker" erkent dat groenten "om de veilingen heen" gaan, een eufemisme voor de sluikhandel die ontstond door de schaarste en de Duitse opeisingen.
4. Logistiek: De schaarste aan transportmiddelen was een groot probleem, vooral in het najaar wanneer de suikerbieten- en aardappelcampagnes concurreerden om dezelfde vrachtwagens en schepen.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (vóór de hervorming van 1947), met woorden als "zoo", "Nederlandsche" en "dezen". Er zit een typefout in punt 5: "echet" in plaats van "echter".
  • Inhoud: De tekst is een verslag van een bespreking (mogelijk een vergadering van burgemeesters of distributieambtenaren) over de voedselvoorziening. De nadruk ligt op de logistiek van de groentevoorziening, het voorkomen van tekorten en het belang van een tijdige opstart van de wintervoorraden.
  • Sprekers: Er wordt verwezen naar een "spreker" (mogelijk S.P.L. Louwes, de Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening) en expliciet naar "de heer Valstar". Simon Valstar was een sleutelfiguur binnen het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) en verantwoordelijk voor de sector groenten en fruit.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode streng gereguleerd door de overheid via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

De tekst illustreert de spanning tussen verschillende belangen:
1. De binnenlandse behoefte: De noodzaak om de Nederlandse bevolking van voldoende voedsel te voorzien.
2. Het "exportprobleem": De gedwongen leveringen van Nederlandse landbouwproducten aan Duitsland.
3. De zwarte markt: De "spreker" erkent dat groenten "om de veilingen heen" gaan, een eufemisme voor de sluikhandel die ontstond door de schaarste en de Duitse opeisingen.
4. Logistiek: De schaarste aan transportmiddelen was een groot probleem, vooral in het najaar wanneer de suikerbieten- en aardappelcampagnes concurreerden om dezelfde vrachtwagens en schepen.

Gerelateerde Documenten 6