Archiefdocument
Origineel
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Afdeling "Afzet", Den Haag. VD/HG.
de Nederlandsche Groenten-
en Fruitcentrale,
Afd."Afzet",
Jaan Copes van Cattenburgh 62,
's-Gravenhage.
20/64/2 M. 1 20 Augustus 1942.
In bijlage dezes doe ik U een afschrift toekomen van een
brief van het Spinoza-ziekenhuis te Amsterdam d.d. 8 dezer.
Waar mijnerzijds ten deze geen maatregelen kunnen worden
getroffen, verzoek ik U beleefd de behandeling van deze aangelegen-
heid te willen overnemen.
De Directeur, Dit document is een formele begeleidende brief van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) aan een niet nader genoemde instantie. De directeur van de afdeling "Afzet" stuurt een kopie door van een schrijven van het Spinoza-ziekenhuis uit Amsterdam, gedateerd op 8 augustus 1942.
De essentie van de brief is een verzoek om overdracht van een dossier. De NGF stelt dat zij zelf geen bevoegdheid of mogelijkheid heeft om maatregelen te treffen in de betreffende kwestie ("waar mijnerzijds ten deze geen maatregelen kunnen worden getroffen") en vraagt de ontvanger de behandeling over te nemen. De aard van de "aangelegenheid" wordt in deze begeleidende brief niet gespecificeerd, maar de context van de afzender suggereert dat het te maken heeft met de distributie of toewijzing van groenten en fruit. De brief dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (augustus 1942). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie die de volledige controle en distributie van tuinbouwproducten in Nederland beheerde onder toezicht van de Duitse bezetter.
De vermelding van het Spinoza-ziekenhuis in Amsterdam is historisch significant. Dit was een Joods ziekenhuis (gevestigd in het voormalige ziekenhuis van de Portugees-Israëlietische Gemeente aan de Plantage Franschelaan). In de zomer van 1942 waren de deportaties van de Joodse bevolking in Amsterdam in volle gang. Joodse instellingen zoals ziekenhuizen kampten in deze periode met enorme tekorten, restricties en de voortdurende dreiging van razzia's. Het is zeer waarschijnlijk dat de correspondentie van het ziekenhuis betrekking had op de precaire voedselvoorziening voor patiënten en personeel onder de toenemende antisemitische uitsluitingsmaatregelen. De weigering van de NGF om zelf maatregelen te treffen en het doorschuiven van de zaak is typerend voor de bureaucratische omgang met "Joodse aangelegenheden" in die tijd.