Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening. J.F. Zwagers, gezinsvoogd, Amsterdam. De Directeur van Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan de pagina, links:]
№ 27/32/1 M. 1942 23/11
[Bovenaan de pagina, rechts:]
383
Amsterdam, 21 November 1942
[Adres:]
Aan den Directeur van
MARKTWEZEN,
AMSTERDAM.
——
[Onderwerp:]
betr. Standplaatsvergunningen.
———————————————
[Inhoud:]
Beleefd verzoek ik Uw aandacht voor het volgende:
Door den Kinderrechter te Amsterdam ben ik aangesteld als toezichthouder en gezinsvoogd over
Arie de Roos,
geboren: 3 Juni 1924
wonende: p.a. Nic. Beetsstraat 49 II (W.)
Deze jongeman helpt zijn vader, die als groentehandelaar een standplaats heeft in de Ten Katestraat, alhier. Aangezien de verdiensten voor beiden (vader en zoon wonen ieder afzonderlijk, daar moeder is overleden) niet toereikend schijnen te zijn, zou deze jongen gaarne een eigen "handeltje" willen beginnen.
Het is mij bekend, dat er geen ventvergunningen meer worden uitgereikt en nu zou ik U willen vragen: is het mogelijk, dat aan dezen jongeman een standplaatsvergunning kan worden verstrekt, zoodat hij dus zonder ventvergunning één of andere handel kan drijven.
Indien hij eventueel een standplaatsvergunning heeft verkregen, is het dan veroorloofd om zonder eenige verdere vergunning of formaliteit een handel te beginnen in ieder gewenscht artikel?
Hoeveel bedragen de kosten van een standplaatsvergunning? Zoudt U mij in het algemeen in deze kwestie eenige richtlijnen, resp. bijzonderheden kunnen geven?
Te Uwer informatie deel ik U nog mede, dat bedoelde jongeman m.i. alleen geschikt is om door middel van een of andere negotie zijn brood te kunnen verdienen; hij heeft verschillende patroons gehad, doch houdt het daar niet uit en meestal wordt hij ontslagen, omdat hij niet voldoet.
U bijvoorbaat ten zeerste dankend voor Uwe medewerking en gaarne Uwe berichten tegemoetziend, teeken ik,
Hoogachtend,
[Handtekening: J.F. Zwagers]
J.F. Zwagers
Kromme Leimuidenstraat 14 II (west)
[Handgeschreven ambtelijke notitie onderaan:]
Aan den heer J.F. Zwagers kan m.i. worden bericht dat Arie de Roos met allerhande artikelen op de markt een plaats kan innemen, behalve dan met art. waarvan de verkoop alleen bij vergunning is toegestaan.
[Handtekening/Paraaf] 27-11-’42 Deze brief schetst een sociaal-economisch beeld van een Amsterdamse jongeman, Arie de Roos, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij staat onder toezicht van een gezinsvoogd (J.F. Zwagers), wat erop wijst dat hij mogelijk gedragsproblemen had of uit een instabiele gezinssituatie kwam (zijn moeder was overleden).
De voogd probeert een duurzame oplossing voor Arie te vinden. Hij geeft expliciet aan dat de jongen niet geschikt is voor werk in loondienst ("heeft verschillende patroons gehad... meestal wordt hij ontslagen"). De voogd ziet in de ambulante handel (marktwezen) de enige kans voor Arie om in zijn eigen onderhoud te voorzien.
Opmerkelijk is de formele toon en de bureaucratische context: er worden geen 'ventvergunningen' (voor verkoop langs de deuren) meer uitgegeven, dus probeert de voogd via een vaste standplaatsvergunning op de markt een maas in de wet te vinden. De handgeschreven notitie onderaan suggereert dat het verzoek in principe positief wordt beoordeeld, mits de artikelen die hij verkoopt niet aan speciale restricties onderhevig zijn. De brief is geschreven in november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en was de handel strikt gereguleerd door zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter.
De Ten Katestraat, waar de vader van Arie een standplaats had, was (en is) een bekende Amsterdamse marktlocatie in de wijk Oud-West. Het feit dat er geen nieuwe ventvergunningen werden uitgegeven, kan te maken hebben met de pogingen van de bezetter en het Nederlandse bestuur om de distributie van goederen strakker te controleren en zwarte handel tegen te gaan.
Het document illustreert ook de rol van de Kinderbescherming en het voogdijstelsel in die tijd. Voor jongeren die 'niet voldeden' bij reguliere werkgevers, was de kleinschalige handel vaak een laatste redmiddel om uit de criminaliteit of totale armoede te blijven. De beperking in de handgeschreven notitie ("behalve dan met art. waarvan de verkoop alleen bij vergunning is toegestaan") verwijst waarschijnlijk naar goederen die op de bon waren of waarvoor speciale distributieregels golden, zoals textiel of bepaalde levensmiddelen.