Getypte brief (doorslag op grijs papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op grijs papier). 17 april 1942. De Directeur (dienst niet nader gespecificeerd, mogelijk de Gemeentelijke Handelsinrichtingen of een gerelateerde economische dienst). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Amsterdam. [Handgeschreven in blauw potlood:] later
[Rechtsboven:] VB/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis, Kamer 163,
Amsterdam-Centrum.
[Rechtsboven de datum:] Wijk 3.
[Linksboven de tekst:] 37/13/27 M.
[Rechts:] 17 April 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 April jl. (No. S.L. 1392/111 P I) deel ik U mede, dat J.J. Kalwij, Oosteinderweg 549 te Aalsmeer bij mijn dienst bekend is als tuinder. Hij gebruikt zijn auto voor het vervoeren van zijn producten naar de Centrale Markt.
Dezerzijds bestaat tegen het verleenen van de gevraagde toestemming geen bezwaar.
De Directeur, Deze brief is een formeel bewijsstuk in een aanvraagprocedure voor een benzinevergunning. De afzender bevestigt aan de 'Kleine Benzinecommissie' dat de heer J.J. Kalwij uit Aalsmeer inderdaad een tuinder is en zijn auto noodzakelijkerwijs gebruikt voor het vervoer van zijn producten naar de Centrale Markt in Amsterdam. Omdat zijn bedrijfsvoering bij de dienst bekend is, wordt er een positief advies gegeven ("geen bezwaar") voor het verlenen van de gevraagde toestemming (waarschijnlijk een toewijzing van brandstof). Het document dateert uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de oorlogsomstandigheden was er een groot tekort aan brandstoffen. Benzine was op de bon en werd alleen toegewezen aan personen of bedrijven die een essentieel maatschappelijk of economisch belang dienden.
De 'Kleine Benzinecommissie' in Amsterdam was belast met de beoordeling van dergelijke aanvragen voor kleine ondernemers. Omdat de voedselvoorziening cruciaal was, kregen tuinders en handelaren die de Centrale Markt bevoorraadden vaak voorrang, mits zij konden aantonen dat hun vervoer noodzakelijk was. Dit document illustreert de bureaucratische controle op schaarse middelen in oorlogstijd. J.J. Kalwij