Doorslag van een ambtelijke brief (Afschrift).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (Afschrift). 19 juni 1942. De Beauftragte van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied voor de stad Amsterdam (namens Hans Böhmcker). De burgemeester van de gemeente Amsterdam, Edward Voûte. No.46A/5/9 M.1942 3/7 AFSCHRIFT. No.599 L.M.1942 24/6
No.100/166 A.S.1942.
DER REICHSKOMMISSAR Amsterdam, den 19. Juni 1942.
für die besetzten nieder-
ländischen Gebiete. An den
DER BEAUFTRAGTE Bürgermeister der Gemeente Amsterdam
für die Stadt Amsterdam. Herrn E.J.Voûte.
A m s t e r d a m .
Betr.: Schreiben der Front van Nering en Ambacht, Amsterdam.
Ik teile Ihnen nachstehend zu Ihrer Orientierung den Inhalt
eines Schreibes der Front van Nering en Ambacht vom 15. Juni mit:
"Zu meinem grossen Bedauern muss ich Sie nochmals belästigen
zur Aufklärung der Judenfrage in Amsterdam. Sowohl bei dem
Fischmarkt als bei den Centralen Markthallen sind die Juden
jetzt, Ihrem Auftrage gemäss, ausgeschaltet. Die Judenfrage ist
jedoch damit noch nicht gelöst, denn es war doch ihre Absicht,
dass die Juden gar keinen Fisch mehr bekommen sollten und nur
teilweise (je nach Anlieferung bei den Centralen Markthallen)
Gemüse.
Ich habe jedoch feststellen müssen, dass die Juden
noch immer Fisch verhandeln (Süsswasser- und Seefisch). Süss-
wasserfisch soll den Bestimmungen gemäss angeliefert werden bei
dem Fischmarkt, aber das ist in der letzten Woch nicht geschehen.
Die Arier (Fischhändler) bekommen keinen Süsswasserfisch auf dem
Fischmarkt, aber die Juden verhandelen diesen Fisch hinter dem
Markt beider Eisenbahn, Ruyterkade, sodass hier die Verordnung
nicht innegehalten wird. Seefisch ist noch immer "frei" und wird
zwar auf dem Fischmarkt angeliefert, aber kommt nicht in den
sogenannten "Fischafslag". Die Juden können also genau so viel
kaufen, wie sie wollen, da hier noch keine Regelung getroffen
ist. Es wundert mich, dass unsere Kameraden auf dem Fischmarkt
Sie davon noch nicht unterrichtet haben, da sie doch absolut
wissen müssen, dass Sie dies absolut nicht wünschen.
Zu Ihrer Orientierung bemerke ich hierzu der guten
Ordnung halber folgendes:
1) Süsswasserfisch soll bei dem "vischafslag" angeliefert werden
und kann und darf also nicht ausserhalb des Marktes verhandelt
werden. Süsswasserfisch, der ausserhalb des Marktes von den
Händlern gekauft wird, ist also "Schwarzhandel". Trotzdem machen
die Juden das und sind also strafbar. Es ist also notwendig,
dass da sofort eingegriffen wird. Kamerad Stam, Chef des Fisch-
marktes, kann Ihnen nähere Einzelheiten bekanntgeben.
2) Zeefisch ist noch immer frei, d.h. braucht nicht in den
"Vischafslag" angeliefert zu werden, sodass die Juden sich noch
an diesem Handel beteiligen können und sich natürlich daran
täglich stark beteiligen. In letzter Zeit kommt es also vor,
das die arischen Fischhändlern gar keinen Fisch (Seefisch) haben
während die jüdischen Geschäfte voll liegen. Es unterliegt wohl
keinem Zweifel, dass sie damit nicht einiggehen können und es
würde also notwendig sein, dass Sie Instruktionen erteilten,
dass der Fisch entweder auch nur über den "vischafslag" ver-
kauft wird oder dass die Juden in irgend einer anderen Weise Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in bezet Nederland. De kernpunten zijn:
- Economische Uitsluiting: De brief rapporteert dat Joden formeel al zijn uitgeschakeld op de centrale markten, maar dat zij via mazen in de wet (vrije handel in zeevis) of via de "zwarte handel" (zoetwatervis aan de Ruijterkade) nog steeds in staat zijn handel te drijven.
- Collaboratie en Verklikking: De informatie is afkomstig van de "Front van Nering en Ambacht", een nationaalsocialistische organisatie. Zij klagen bij de Duitse autoriteiten dat de anti-Joodse maatregelen niet streng genoeg worden gehandhaafd en dat "Ariërs" hierdoor economisch nadeel ondervinden.
- Toon en Retoriek: De tekst gebruikt dehumaniserende taal ("de Judenfrage") en beroept zich op een gevoel van onrechtvaardigheid voor de "Arier". Er wordt direct aangedrongen op strengere maatregelen en overheidsingrijpen om de Joodse bevolking volledig van hun middelen van bestaan te beroven.
-
Administratieve Ketting: De brief toont hoe de Duitse Beauftragte (Hans Böhmcker) de Nederlandse burgemeester (Edward Voûte) instrueert om actie te ondernemen, wat de verwevenheid van het bezettingsbestuur met de lokale overheid illustreert. In juni 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland in een vergevorderd stadium. Enkele weken na de datum van deze brief, in juli 1942, zouden de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen beginnen.
-
Front van Nering en Ambacht: Dit was de nationaalsocialistische vakorganisatie voor kleine zelfstandigen en winkeliers, verbonden aan de NSB. Zij speelden een actieve rol bij de "Arisering" van de economie door Joodse concurrenten aan te geven.
- Edward Voûte: De door de Duitsers benoemde burgemeester van Amsterdam. Hoewel hij geen NSB-lid was, voerde hij het merendeel van de Duitse verordeningen gedwee uit.
- Hans Böhmcker: De Beauftragte voor Amsterdam, die direct onder Seyss-Inquart viel. Hij was verantwoordelijk voor de coördinatie van anti-Joodse maatregelen in de stad, waaronder de instelling van de Joodse Raad.
- De Ruijterkade: De locatie achter het Centraal Station waar blijkbaar informele handel plaatsvond buiten het zicht van de officiële marktmeesters.
Dit document illustreert hoe de nazi's niet alleen van bovenaf, maar ook door gebruik te maken van opportunisme en antisemitisme "van onderop" (zoals bij deze middenstandsorganisaties), de Joodse gemeenschap steeds verder in het nauw dreven.