Handgeschreven ambtelijke notitie/besluit op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/besluit op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). 13 februari 1942 (ondertekening); 22 januari 1942 (stempel 'doorgezonden'). [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 46^A / 19/1 1942.
22/1 - '42.
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven handgeschreven]
138.
[Handgeschreven tekst bovenin]
Comm. van meening dat
Looijen geen dubbele toewijzing
toekomt.
[Hoofdtekst]
Het verzoek van H. J. Looijen is door
mij met de leden van de com-
missie besproken. De commissieleden
zijn tegen het toekennen van een dubbele toe-
wijzing aan v. L. op grond van het feit, dat
hij pas den laatsten tijd, voor dat verdeeling
van zoetwatervis werd overgegaan,
zich ruimer van zoetwatervis is gaan
voorzien. Het verzoek van Looijen, n.l. om bij
kwarthoek vrij te mogen koopen of een
dubbele toewijzing te mogen ontvan-
gen dient dan ook te worden afgewezen.
[Rechtsonder]
13-2-'42
de Haan
[Linksonder voorgedrukte tekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De kern van dit document is de afwijzing van een verzoek van een vishandelaar genaamd H.J. Looijen. Looijen had gevraagd om een "dubbele toewijzing" van zoetwatervis en de vrijheid om bij "kwarthoek" (mogelijk een specifieke locatie of handelsinstantie) vrij in te mogen kopen.
De commissie wijst dit verzoek af met een duidelijke reden: Looijen is pas kort voordat de officiële verdeling (distributie) van zoetwatervis werd ingevoerd, begonnen met het op grotere schaal inkopen van deze vis. In het toenmalige distributiesysteem was het gebruikelijk om toewijzingen te baseren op historische omzetcijfers van voor de schaarste. Men wilde voorkomen dat ondernemers die pas vlak voor de regulering hun activiteiten uitbreidden, zouden profiteren van grotere quota ten koste van gevestigde belangen. Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door Nazi-Duitsland en kampte met toenemende tekorten aan bijna alle goederen, waaronder voedsel. Om de schaarse middelen te verdelen, was een complex systeem van distributie en rantsoenering opgezet.
Dit systeem werd beheerd door diverse commissies en bureaus die strikt toezagen op wie wat mocht kopen en verkopen. Vishandelaren waren gebonden aan toegewezen quota. De bureaucratische toon en het gebruik van gestandaardiseerde formulieren (zoals "Model No. 14") zijn typerend voor de manier waarop de Nederlandse overheidsadministratie, ook onder toezicht van de bezetter, de economie probeerde te reguleren. De afwijzing van Looijens verzoek illustreert de starheid van dit systeem, waarbij weinig ruimte was voor uitbreiding van handelsactiviteiten buiten de vastgestelde kaders. H.J. Looijen J. Looijen M. No