Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 364
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een getypte brief met handgeschreven marginalia en handtekening.

12 januari 1942. Van: H.J. Looyen, De Wittestraat 108 West, Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een getypte brief met handgeschreven marginalia en handtekening. 12 januari 1942. H.J. Looyen, De Wittestraat 108 West, Amsterdam. AFSCHRIFT.

Amsterdam, 12 Januari 1942.

De Heeren van de Visscherijcentrale
te 's-Gravenhage.

Geachte Heeren,

Na een onderhoud te hebben gehad bij U in den Haag, waarbij het resultaat hiervan mij niet tevreden heeft gesteld, verzoek ik U beleefd het volgende nog eens in welwillende overweging te nemen.
Mijn verzoek was, of mij niet toegestaan kon worden, mijn visch weder als voorheen van de Groothandelaar den heer Zwarthoed uit de Lemmer te betrekken. Daar hiervoor geen oplossing kon gevonden worden, is mijnerzijds onbegrijpelijk, daar ik van den heer Zwarthoed al gedurende acht jaar visch betrok.
In het Eerste Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 art.2 ken ik niet lezen dat mij dit geweigerd ken worden, of dat het den heer Zwarthoed onmogelijk gemaakt ken worden, mij te leveren. Wel lees ik in artikel 6 dat de heer Zwarthoed mij met medewerking en tusschenkomst van de Nederlandsche Visscherijcentrale verplicht is, visch te leveren. Ook is mij bekend, dat de heer H.J.C. Jansen, Westerstraat 87 1et. te Amsterdam wel visch van den heer Zwarthoed betrekt. Er wordt beweerd, dat alleen hij hiervoor in aanmerking komt die een hal of winkel bezit. Dit lijkt mij echter onwaarschijnlijk, daar den heer Janssen nog hal of winkel in bezit heeft voor den verkoop en de visch op dezelfde wijze verhandelt als ik.

[Marginale aantekening in linker marge:]
juist?
vormt een
koophandel

Wel is mij een toewijzing voor het koopen van visch over de veiling toegewezen, doch ook hier ken ik mij niet mede vereenigen en wel om het volgende.
Den heer C. Zwaan , Pieternieuwlandstraat 15 II ^[handgeschreven]* beiden te Amsterdam hebben ieder een dubbele toewijzing gekregen voor het aankoopen van visch over de veiling, terwijl mij, die alleen zooveel visch betrok als deze heeren samen van den heer Zwarthoed betrokken, slechts een toewijzing kreeg.
Als nog verzoek ik U dan ook beleefd, mij weder toe te staan visch te mogen betrekken van den heer Zwarthoed uit den Lemmer, of in laatste instantie mij een dubbele toewijzing te doen toekomen om visch over de veiling te betrekken.

Mijn adres is H.J. Looyen
De Wittestraat № 108 West
Amsterdam.

~~den heer D.Otto,~~
~~Wagenaarstraat.~~

voor eensluidend afschrift
v.d. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
[Handtekening: C. Meulenkamp] * Inhoud: De brief is een formeel beklag van een Amsterdamse vishandelaar, H.J. Looyen. Hij protesteert tegen het feit dat hij niet langer direct mag inkopen bij zijn vaste groothandelaar (Zwarthoed uit Lemmer) en dat hij een lagere toewijzing (quotum) krijgt voor de veiling dan zijn concurrenten (Zwaan en Pieternieuwland).
* Juridische argumentatie: Looyen beroept zich op specifieke artikelen uit het "Visscherijbesluit 1941" om zijn recht op levering aan te tonen. Dit wijst op een goede kennis van de veranderende regelgeving tijdens de bezetting.
* Marginalia en correcties: De handgeschreven opmerking "juist? vormt een koophandel" in de marge suggereert dat een ambtenaar van de Visscherijcentrale de beweringen van Looyen over zijn bedrijfsvorm heeft getoetst. De doorgehaalde naam van "den heer D. Otto" onderaan suggereert dat de brief oorspronkelijk ook aan hem gericht was of dat hij een soortgelijke zaak had.
* Status document: Het betreft een officieel "afschrift", gewaarmerkt door een medewerker van de Visscherijcentrale (mogelijk C. Meulenkamp), wat betekent dat dit exemplaar in het archief van de centrale werd bewaard. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren werd de economie strak gereguleerd via een distributiestelsel en centrale organisaties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale.

Het "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de bezetter en de collaborerende overheid om de visaanvoer en -distributie te beheersen, mede om voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel in te dammen. Handelaren werden gedwongen via centrale veilingen te werken in plaats van via hun vertrouwde informele netwerken. De brief van Looyen illustreert de persoonlijke en economische strijd van kleine ondernemers tegen de toenemende bureaucratisering en beperkingen van hun handelsvrijheid in oorlogstijd. De visserij in Lemmer (de genoemde groothandelaar Zwarthoed) was destijds een belangrijke bron van aanvoer voor de hoofdstad.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formeel beklag van een Amsterdamse vishandelaar, H.J. Looyen. Hij protesteert tegen het feit dat hij niet langer direct mag inkopen bij zijn vaste groothandelaar (Zwarthoed uit Lemmer) en dat hij een lagere toewijzing (quotum) krijgt voor de veiling dan zijn concurrenten (Zwaan en Pieternieuwland).
  • Juridische argumentatie: Looyen beroept zich op specifieke artikelen uit het "Visscherijbesluit 1941" om zijn recht op levering aan te tonen. Dit wijst op een goede kennis van de veranderende regelgeving tijdens de bezetting.
  • Marginalia en correcties: De handgeschreven opmerking "juist? vormt een koophandel" in de marge suggereert dat een ambtenaar van de Visscherijcentrale de beweringen van Looyen over zijn bedrijfsvorm heeft getoetst. De doorgehaalde naam van "den heer D. Otto" onderaan suggereert dat de brief oorspronkelijk ook aan hem gericht was of dat hij een soortgelijke zaak had.
  • Status document: Het betreft een officieel "afschrift", gewaarmerkt door een medewerker van de Visscherijcentrale (mogelijk C. Meulenkamp), wat betekent dat dit exemplaar in het archief van de centrale werd bewaard.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren werd de economie strak gereguleerd via een distributiestelsel en centrale organisaties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale.

Het "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de bezetter en de collaborerende overheid om de visaanvoer en -distributie te beheersen, mede om voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel in te dammen. Handelaren werden gedwongen via centrale veilingen te werken in plaats van via hun vertrouwde informele netwerken. De brief van Looyen illustreert de persoonlijke en economische strijd van kleine ondernemers tegen de toenemende bureaucratisering en beperkingen van hun handelsvrijheid in oorlogstijd. De visserij in Lemmer (de genoemde groothandelaar Zwarthoed) was destijds een belangrijke bron van aanvoer voor de hoofdstad.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6