Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven aantekening, blauwe inkt]: Verzonden 14/4
den Heer Isr.Locher,
Ruysdaelstraat 31,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 24.
46A/23/4 M.
14 April 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 Februari jl. deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
De Directeur,
--- Deze brief is een formeel antwoord van de "Visscherijcentrale" aan een zekere heer Isr. Locher uit Amsterdam. De inhoud is kort en zakelijk: een verzoek dat hij op 19 februari 1942 had ingediend, is na behandeling door een speciale commissie afgewezen. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing gegeven, behalve dat er "geen aanleiding bestaat" om aan het verzoek te voldoen.
De afkorting "Isr." voor de voornaam van de ontvanger is typerend voor documenten uit deze periode waarbij het om Joodse burgers gaat (een verkorting van Israël). De Ruysdaelstraat 31 bevindt zich in Amsterdam-Zuid, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden.
--- De brief is gedateerd op 14 april 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een organisatie die tijdens de bezetting toezicht hield op de visserijsector, de distributie en de vergunningen.
In het voorjaar van 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds strenger en systematischer. Joodse burgers werden uitgesloten van vele economische activiteiten en beroepen. Het is zeer waarschijnlijk dat het verzoek van de heer Locher te maken had met een werkvergunning, een ontheffing of een zakelijk belang binnen de visserijsector. De categorische afwijzing zonder nadere toelichting past in het patroon van de bureaucratische uitsluiting van Joden in die tijd. Slechts enkele weken na deze brief, in mei 1942, werd de Jodenster verplicht gesteld, en kort daarna begonnen de grootschalige deportaties naar de concentratiekampen.