Zakelijke brief.
Origineel
Zakelijke brief. Jac. Locher, namens Locher's Vischhandel (Anno 1890). Commissie van de visverdeling (onderdeel van de distributie-organisatie tijdens de bezetting). [Briefhoofd:]
LOCHER'S VISCHHANDEL
ANNO 1890
RUIJSDAELSTRAAT 31
TEL. 92937-21486
GEM. GIRO L 3283
[Rechtsboven, in rood potlood/inkt:] 46A/23/417
[Daaronder:] 14/4/42 [gevolgd door initialen]
[Handgeschreven aantekeningen boven de tekst:]
Nogmaals afwijzen
[Links daarvan in lichter potlood:] Reeds afgewezen / nogmaals besproken / geen verandering
AMSTERDAM, 19 Febr. 1942
aan den Commissie van den visverdeeling
In antwoord op Uw brief d.d.
17 Febr. '42 Nº 46 A/23/2/16.
verzoek ik U beleefd er rekening
mede te houden dat ik als
rivierviskooper tot den grootsten
afnemers op den A-damsche markt
behoorde en als ingeschreven
winkelier meen voor een winkeliers-
toewijzing in aanmerking te
komen.
In afwachting van een goedgeunstige
beschikking op mijn verzoek
teeken ik
Hoogachtend
Jac. Locher
Ruijsdaelstr. 31
A'dam.
[Stempel onderaan:]
Nº 46A/23/3 M. 1942 In deze brief protesteert de Amsterdamse vishandelaar Jac. Locher tegen een eerdere beslissing van de Commissie van de visverdeling. Hij had blijkbaar een negatieve beschikking ontvangen op 17 februari 1942 (slechts twee dagen voor deze brief).
Locher voert twee argumenten aan om alsnog een toewijzing (een quotum voor de inkoop van vis) te krijgen:
1. Historische positie: Hij claimt een van de grootste kopers van riviervis te zijn geweest op de Amsterdamse markt.
2. Status: Hij voert aan dat hij een officieel ingeschreven winkelier is en daarom recht heeft op een toewijzing voor winkeliers.
De handgeschreven annotaties boven de brief vertellen het verdere verloop van deze aanvraag. Ondanks zijn bezwaarschrift bleef de commissie bij haar standpunt. De teksten "Nogmaals afwijzen" en "geen verandering" laten zien dat de bureaucratie onvermurwbaar bleef. De rode datum (14 april 1942) suggereert dat de definitieve beslissing op dit bezwaarschrift pas twee maanden later werd bekrachtigd. Dit document is een direct gevolg van de distributiemaatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Om de voedselvoorziening te beheersen, werden alle sectoren strikt gereguleerd via rijksbureaus en speciale commissies.
Voor vishandelaren was een officiële "toewijzing" van levensbelang; zonder dit quotum konden zij niet legaal vis inkopen om hun winkel te bevoorraden. De schaarste nam in 1942 hand over hand toe, waardoor de commissies steeds strenger werden bij het toekennen van quota. Kleine of middelgrote handelaren zoals Locher kwamen hierdoor vaak in de knel. De brief illustreert de machteloosheid van ondernemers tegenover de starre, door de bezetter gecontroleerde distributiebureaucratie.