Doorslag van een officiële brief (typewerk met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk met handgeschreven kanttekeningen). 17 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherijcentrale). Den Heer Isr. Locher, Ruysdaelstraat 31, Amsterdam-Zuid (Wijk 24). [Handgeschreven, diagonaal linksboven]: verzonden 17/2
[Midden-rechts]:
den Heer Isr. Locher,
Ruysdaelstraat 31,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 24.
[Links]: 46A/23/2 M.
[Rechts]: 17 Februari 1942.
[Inhoud]:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 dezer deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
[Rechtsonder]:
De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een verzoek. De toon is kort en bureaucratisch ("geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen"). Het verzoek zelf werd slechts een week eerder ingediend (10 februari 1942), wat duidt op een snelle administratieve afhandeling door de betreffende commissie.
De ontvanger, "Isr. Locher", draagt een naam die in de context van 1942 opvallend is. Hoewel het een initiaal kan zijn, werd de toevoeging "Israel" (voor mannen) of "Sara" (voor vrouwen) in deze periode door de Duitse bezetter verplicht gesteld voor Joodse burgers in officiële correspondentie als hun voornaam niet als "Joods" genoeg werd beschouwd. Dit versterkt het vermoeden dat de geadresseerde een Joodse Amsterdammer was. Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat tijdens de oorlogsjaren de visserijsector reguleerde, inclusief de distributie van vis en de vergunningverlening.
In deze fase van de oorlog waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Joden werden stelselmatig uitgesloten van economische activiteiten en het openbare leven. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt waar het verzoek over ging, past een dergelijke korte, ongemotiveerde afwijzing door een overheidsinstelling in het patroon van de rechtsberoving van Joodse burgers. De Ruysdaelstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar relatief veel Joodse Amsterdammers woonden die later in de oorlog gedwongen werden te verhuizen naar aangewezen "Jodenbuurten" of werden gedeporteerd.
Samenvatting
Dit document is een formele afwijzing van een verzoek. De toon is kort en bureaucratisch ("geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen"). Het verzoek zelf werd slechts een week eerder ingediend (10 februari 1942), wat duidt op een snelle administratieve afhandeling door de betreffende commissie.
De ontvanger, "Isr. Locher", draagt een naam die in de context van 1942 opvallend is. Hoewel het een initiaal kan zijn, werd de toevoeging "Israel" (voor mannen) of "Sara" (voor vrouwen) in deze periode door de Duitse bezetter verplicht gesteld voor Joodse burgers in officiële correspondentie als hun voornaam niet als "Joods" genoeg werd beschouwd. Dit versterkt het vermoeden dat de geadresseerde een Joodse Amsterdammer was.
Historische Context
Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat tijdens de oorlogsjaren de visserijsector reguleerde, inclusief de distributie van vis en de vergunningverlening.
In deze fase van de oorlog waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Joden werden stelselmatig uitgesloten van economische activiteiten en het openbare leven. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt waar het verzoek over ging, past een dergelijke korte, ongemotiveerde afwijzing door een overheidsinstelling in het patroon van de rechtsberoving van Joodse burgers. De Ruysdaelstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar relatief veel Joodse Amsterdammers woonden die later in de oorlog gedwongen werden te verhuizen naar aangewezen "Jodenbuurten" of werden gedeporteerd.