Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 498
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Proces-verbaal / Rapport van de marktinspectie.

10 april 1942.

Origineel

Proces-verbaal / Rapport van de marktinspectie. 10 april 1942. (Linksboven, diagonaal geschreven:)
Inschrijven

(Midden boven:)
„Rapport.”

(Rechtsboven:)
Aan den Inspecteur 304
v.h. marktwezen
alhier.

(Stempel en nummering:)
№ 46^A / 50/1 M. 1942 ^13/4

(Hoofdtekst:)
De koopman L. Jansen wonende Lindengracht 6
alhier heeft op Donderdag 9 April ^'42 op zijn vischtoe-
wijzing ± 100 pond aal ontvangen.
Met deze aal is genoemde koopman niet op de
markt Lindengracht geweest. Mij werd medegedeeld
dat deze aal in de z.g.n. zwarte handel gegaan is.
~~Hetzelfde~~ Dat werd mij vertrouwelijk gezegd.
Op Vrijdag 10 April '42 is aan J en K. Jansen
elk een kist aal toegewezen, ook deze partij
is niet op de Lindengracht verhandeld.
De marktkoopman C.C. Huisman is
op laatstgenoemde datum een partij aal toe-
gewezen, ook deze koopman heeft zijn aal niet
op de Lindengracht verhandeld.
Tevens kan ik U melden dat Huisman
sinds 1 December 1940 steun geniet.

10 April 1942. (Handtekening onleesbaar)

(Onderste gedeelte, andere hand:)
Informeeren bij M.S. of C.C. Huisman
steun geniet. (Volgens mededeeling M.S.
laatste uitkeering op
1-4-'42.)

P.U. – 1/4

(Marges en onderzijde met diverse aantekeningen en namen:)
p 20/4
9 ½ uur
8000.--

W. v. Princenhagestr 51 F Jansen
3e Goudsbloemdwstr 12 K Jansen
Lijnbaansgracht 70 II C.C. Huisman

(Rechtsonder:)
Oproepen
a.s. Maandag
15-4-'42
deltag (?) Het document is een intern rapport van een controleur of rechercheur van de Amsterdamse Marktdienst, gericht aan de inspecteur. De kern van de rapportage is de verdenking van grootschalige zwarte handel.

Drie kooplieden (L. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman) hebben officiële toewijzingen van paling (aal) ontvangen, maar hebben deze niet op hun vaste standplaats op de Lindengracht verkocht. De rapporteur stelt op basis van vertrouwelijke informatie dat de vis direct in het zwarte circuit is verdwenen.

Een bijkomende beschuldiging betreft C.C. Huisman: hij zou sinds 1940 "steun" (sociale bijstand) ontvangen terwijl hij tegelijkertijd handelt in vis. Dit was een ernstige overtreding; men mocht geen steun trekken als men over eigen inkomsten uit handel beschikte. In de kantlijn en onderaan is te zien dat er direct actie is ondernomen: er is navraag gedaan bij de 'M.S.' (Maatschappelijke Steun) en de betrokkenen zijn opgeroepen voor verhoor op 15 april 1942. Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden schaarste en distributie van levensmiddelen steeds nijpender. De handel werd streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de voedselvoorziening te controleren en te voorkomen dat goederen naar de zwarte markt vloeiden waar tegen woekerprijzen werd verkocht.

De vissector was een specifiek doelwit van controles omdat vis een belangrijk eiwitrijk product was dat buiten de reguliere landbouwdistributie om kon gaan. Het feit dat kooplieden hun toegewezen waren niet op de markt aanboden, was een direct bewijs van economische fraude. De combinatie van zwarte handel en "steuntrekken" werd in de oorlogsjaren zeer zwaar aangerekend, zowel door de Nederlandse overheid als door de bezetter, omdat het de solidariteit en het distributiesysteem ondermijnde. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan, een wijk die destijds zwaar getroffen werd door de economische gevolgen van de oorlog.

Samenvatting

Het document is een intern rapport van een controleur of rechercheur van de Amsterdamse Marktdienst, gericht aan de inspecteur. De kern van de rapportage is de verdenking van grootschalige zwarte handel.

Drie kooplieden (L. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman) hebben officiële toewijzingen van paling (aal) ontvangen, maar hebben deze niet op hun vaste standplaats op de Lindengracht verkocht. De rapporteur stelt op basis van vertrouwelijke informatie dat de vis direct in het zwarte circuit is verdwenen.

Een bijkomende beschuldiging betreft C.C. Huisman: hij zou sinds 1940 "steun" (sociale bijstand) ontvangen terwijl hij tegelijkertijd handelt in vis. Dit was een ernstige overtreding; men mocht geen steun trekken als men over eigen inkomsten uit handel beschikte. In de kantlijn en onderaan is te zien dat er direct actie is ondernomen: er is navraag gedaan bij de 'M.S.' (Maatschappelijke Steun) en de betrokkenen zijn opgeroepen voor verhoor op 15 april 1942.

Historische Context

Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden schaarste en distributie van levensmiddelen steeds nijpender. De handel werd streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de voedselvoorziening te controleren en te voorkomen dat goederen naar de zwarte markt vloeiden waar tegen woekerprijzen werd verkocht.

De vissector was een specifiek doelwit van controles omdat vis een belangrijk eiwitrijk product was dat buiten de reguliere landbouwdistributie om kon gaan. Het feit dat kooplieden hun toegewezen waren niet op de markt aanboden, was een direct bewijs van economische fraude. De combinatie van zwarte handel en "steuntrekken" werd in de oorlogsjaren zeer zwaar aangerekend, zowel door de Nederlandse overheid als door de bezetter, omdat het de solidariteit en het distributiesysteem ondermijnde. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan, een wijk die destijds zwaar getroffen werd door de economische gevolgen van de oorlog.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit straatnamen zoals Lindengracht).

Gerelateerde Documenten 6