Ambtelijke notitie/memorandum.
Origineel
Ambtelijke notitie/memorandum. 26 juni 1942. onderwerp:
verzoek J Vleerblok
afd. V. C.
N.a.v. Uw brief d.d. 22 April j.l.
no - 6333 Afd. V./Vrij. bericht ik U geen bezwaar
tegen te hebben, dat aan J. Vleerblok, aal op
de Monnickendammer Vischafslag wordt toege-
wezen. Ingevolge de thans geldende regeling
kan deze aal echter niet meer in Amsterdam
worden uitgevoerd.
[Onleesbare initialen, mogelijk DDS]
d. 26/6 '42 Het document is een officiële reactie op een verzoek van 22 april 1942 betreffende de handel in of toewijzing van vis. De afzender geeft toestemming om aal toe te wijzen aan een zekere J. Vleerblok op de visafslag van Monnickendam.
Er wordt echter een belangrijke restrictie genoemd: vanwege de "thans geldende regeling" mag deze vis niet meer in Amsterdam "worden uitgevoerd". Dit duidt op strikte distributieregels waarbij de handel tussen verschillende regio's of steden aan banden werd gelegd om de voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel tegen te gaan. Dit document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1942). In deze periode was de voedselvoorziening volledig gecentraliseerd onder het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Producten zoals vis (en specifiek aal uit de IJsselmeerregio zoals Monnickendam) waren schaars en de handel was onderworpen aan complexe vergunningsstelsels.
Monnickendam was een cruciaal punt voor de aanvoer van vis. De beperking dat de vis niet naar Amsterdam mocht worden uitgevoerd, past in de strategie van de bezetter om goederenstromen te segmenteren, vaak om directe levering aan de Duitse markt te garanderen of om de bevoorrading van grote steden via officiële rantsoeneringskanalen te dwingen in plaats van via de vrije handel. De genoemde "Afd. V./Vrij." zou kunnen verwijzen naar de afdeling Vrijstellingen of Visserij.