Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 402
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / intern memorandum

17 november 1942

Origineel

Ambtelijke correspondentie / intern memorandum 17 november 1942 onderwerp:
uitsluiting verdeeling
A. H. Poststra

17/11/’42
W. l. M.

In bijlage dezes doe ik U toekomen
een afschrift van een op 4 November j.l. door
een ambtenaar van mijn dienst opgemaakt rapport,
waaruit blijkt, dat A. H. Poststra, betrokkene alhier,
zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van het tweede
uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1940.
Op grond hiervan heb ik Poststra voor-
noemd voorloopig van de verdeeling van visch geschorst,
terwijl de verdere behandeling van de aangelegenheid, voor wat
betreft het opmaken van proces-verbaal, is overgenomen
door den C.C.E.D.
Ik geef U beleefd in overweging wel
te willen bewerkstelligen, dat bij Besluit Poststra voor-
noemd, voor onbepaalden tijd van de verdeeling van
visch aan de afslag alhier wordt uitge-
sloten.

[paraaf] De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een individu genaamd A.H. Poststra. Uit de tekst blijkt dat Poststra de visserijvoorschriften heeft overtreden die tijdens de bezettingsjaren van kracht waren. De afzender van de brief informeert een hogere autoriteit (geadresseerd met de beleefdheidsvorm 'W. l. M.', waarschijnlijk Wel Edelgestrenge Heer/Mevrouw) over de reeds genomen stappen en adviseert over een definitieve sanctie.

Poststra is door de opsteller van de brief al "voorloopig" geschorst van de visverdeling. De zaak is daarnaast geëscaleerd naar de C.C.E.D. voor de strafrechtelijke afwikkeling (het proces-verbaal). De schrijver verzoekt nu om een formeel besluit om Poststra voor onbepaalde tijd de toegang tot de visafslag te ontzeggen. Dit suggereert dat de overtreding als ernstig werd beschouwd, waarschijnlijk in het kader van illegale handel of het omzeilen van de distributieregels. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal en streng gecontroleerd onderdeel van het maatschappelijk leven. Het Visscherijbesluit 1940 en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten waren bedoeld om de vangst en distributie van vis volledig onder controle van de overheid (en de bezetter) te houden.

De C.C.E.D. (Centrale Crisis Controle Dienst) speelde hierin een centrale rol; deze dienst was verantwoordelijk voor de opsporing van economische delicten, zoals zwarte handel en overtredingen van de distributiewetgeving. Sancties zoals uitsluiting van de afslag waren zeer ingrijpend, omdat dit de betrokkene effectief uitsloot van zijn legale broodwinning binnen de visserijsector. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid waarmee overtredingen in de voedselketen tijdens de oorlogsjaren werden vervolgd.

Samenvatting

De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een individu genaamd A.H. Poststra. Uit de tekst blijkt dat Poststra de visserijvoorschriften heeft overtreden die tijdens de bezettingsjaren van kracht waren. De afzender van de brief informeert een hogere autoriteit (geadresseerd met de beleefdheidsvorm 'W. l. M.', waarschijnlijk Wel Edelgestrenge Heer/Mevrouw) over de reeds genomen stappen en adviseert over een definitieve sanctie.

Poststra is door de opsteller van de brief al "voorloopig" geschorst van de visverdeling. De zaak is daarnaast geëscaleerd naar de C.C.E.D. voor de strafrechtelijke afwikkeling (het proces-verbaal). De schrijver verzoekt nu om een formeel besluit om Poststra voor onbepaalde tijd de toegang tot de visafslag te ontzeggen. Dit suggereert dat de overtreding als ernstig werd beschouwd, waarschijnlijk in het kader van illegale handel of het omzeilen van de distributieregels.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal en streng gecontroleerd onderdeel van het maatschappelijk leven. Het Visscherijbesluit 1940 en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten waren bedoeld om de vangst en distributie van vis volledig onder controle van de overheid (en de bezetter) te houden.

De C.C.E.D. (Centrale Crisis Controle Dienst) speelde hierin een centrale rol; deze dienst was verantwoordelijk voor de opsporing van economische delicten, zoals zwarte handel en overtredingen van de distributiewetgeving. Sancties zoals uitsluiting van de afslag waren zeer ingrijpend, omdat dit de betrokkene effectief uitsloot van zijn legale broodwinning binnen de visserijsector. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid waarmee overtredingen in de voedselketen tijdens de oorlogsjaren werden vervolgd.

Gerelateerde Documenten 6