Doorslag van een ambtelijke brief/nota (getypt op dun doorslagpapier).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/nota (getypt op dun doorslagpapier). 26 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag of een aanverwante dienst). (Bovenaan de pagina in handschrift:)
Extra
(Rechtsboven:)
VI/HB.
den Heer Wethouder voor
Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/324/2 M. 1 26 Juni 1942.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8 Juni
j.l. onder No. 521 L.M. 1942 om advies ontvangen stuk, heb ik de
eer U te berichten, dat de aal op den Gemeentelijken Vischafslag
alhier onder de kleinhandelaren wordt verdeeld, volgens toewij-
zingen vastgesteld door de vanwege de Nederlandsche Visscherijcen-
trale ingestelde verdeelingscommissie. Met leveranties aan instel-
lingen en dergelijke kan geen rekening worden gehouden, terwijl
particulieren zich slechts via den kleinhandel van verdeelvisch
kunnen voorzien. Voorrang kan hierbij aan bepaalde particulieren
niet worden verleend.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren, aan adressant te
berichten, dat aan zijn verzoek niet kan worden voldaan.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een burger of instantie (de 'adressant') die waarschijnlijk heeft gevraagd om een directe toewijzing of levering van aal. De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek af te wijzen.
De belangrijkste punten uit het advies zijn:
1. Regulering: De verdeling van aal op de visafslag vindt strikt plaats volgens richtlijnen van de 'Nederlandsche Visscherijcentrale'.
2. Kanaal: Er wordt uitsluitend geleverd aan erkende kleinhandelaren (winkeliers).
3. Geen uitzonderingen: Instellingen en particulieren worden niet direct beleverd. Er wordt expliciet benadrukt dat er geen 'voorrang' (privileges) wordt verleend aan specifieke personen.
De toon is formeel, zakelijk en strikt bureaucratisch, wat typerend is voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en was bijna de gehele voedselvoorziening onderworpen aan een streng distributiesysteem.
De genoemde Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een orgaan dat tijdens de bezetting de regie voerde over de visserijsector. Vis die onder de distributie viel, werd aangeduid als 'verdeelvisch'.
De brief illustreert de strakke controle op de voedselketen. Om zwarte handel en vriendjespolitiek tegen te gaan (of in ieder geval de schijn daarvan te vermijden), hield de overheid vast aan rigide distributieregels. Zelfs voor een product als aal moest elke afwijking van de standaardprocedure door de hoogste lokale autoriteiten (de wethouder) worden beoordeeld op basis van ambtelijk advies.