Typoscript (getypt document) met handgeschreven annotaties en administratieve stempels.
Origineel
Typoscript (getypt document) met handgeschreven annotaties en administratieve stempels. 8 juni 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). De heer M. Presser, Marnixstraat 202, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 66/11/3 [3 is handgeschreven]
[Stempel paars midden boven:] M. 1942 2/6
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktho [?]
Aan den heer M. P r e s s e r,
Marnixstraat 202,
[handgeschreven krabbel door adres:] v/h v.d. Linden [?]
A_L_H_I_E_R (C).
Afd.L.M., No 55/11 -1942 [tab] 8 Juni 1942.
Ik deel U mede te hebben besloten U op gronden van billijk-
heid kwijtschelding van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot
f 300.-.
vM [initialen] [tab] De Burgemeester van Amsterdam,
[tab] (get.) V o û t e
[tab] de Gemeentesecretaris,
[Stempel ondersteboven:] (get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven rechtsonder:] 66/11 M
--- * Inhoud: De gemeente besluit om een aanzienlijk bedrag aan marktgeld (300 gulden, destijds een fors bedrag) kwijt te schelden. De reden hiervoor is "billijkheid", wat impliceert dat er een specifieke, schrijnende situatie aan de orde was waardoor betaling niet redelijk werd geacht.
* Ondertekening: De brief is opgesteld uit naam van Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en de gemeentesecretaris J.F. Franken. De toevoeging "(get.)" betekent "getekend", wat aangeeft dat dit een officieel afschrift of een doorgestuurd besluit is, en niet het origineel met natte handtekening.
--- * Tijdsbeeld: Juni 1942 is een kritieke fase in de bezetting van Nederland. Dit is slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar de kampen in het oosten begonnen (juli 1942).
* Ontvanger: De ontvanger, Meyer Presser (gebaseerd op archiefgegevens vaak een marktkoopman), woonde aan de Marnixstraat. Voor Joodse marktkooplieden was het werken op de reguliere markten in 1942 nagenoeg onmogelijk gemaakt door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten".
* De nuance van de kwijtschelding: Hoewel de kwijtschelding als een gunst wordt gepresenteerd, vond dit plaats in een context waarin Joodse burgers systematisch hun bronnen van inkomsten verloren. De kwijtschelding op basis van "billijkheid" kan een reactie zijn op het feit dat de heer Presser simpelweg niet meer in staat was zijn beroep uit te oefenen of toegang te krijgen tot zijn standplaats.
* Burgemeester Voûte: Hoewel Voûte een collaborateur was die door de Duitsers was aangesteld, bleef de reguliere gemeentelijke bureaucratie grotendeels functioneren voor civiele zaken, waarbij dergelijke financiële verzoeken volgens de geldende regels werden afgehandeld. J.F. Franken M. Presser Marktwezen