Getypte brief / Betalingsherinnering.
Origineel
Getypte brief / Betalingsherinnering. 11 augustus 1942. De Directeur van de Centrale Markt, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. den Heer M. Presser, Marnixstraat 202, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, rechtsboven:] H. Muller [met rode diagonale streep]
[Getypt, rechtsboven:] M/HB.
[Handgeschreven in blauwe inkt:] gebruikt
[Handgeschreven:] 2
[Getypt:]
den Heer M. Presser,
Marnixstraat 202,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
66/11/4 M. 11 Augustus 1942.
Hiermede bericht ik U, dat door U onder aftrek van de U door den Burgemeester verleende kwijtschelding, voor het bezetten van een plaats in de Hal op de Centrale Markt over het kalenderjaar 1942 verschuldigd is een bedrag, groot: f 200,-
Door U werd reeds betaald: " 146,68
zoodat nog verschuldigd is: / f 53,32,
welk bedrag U ten spoedigste dient te voldoen ten hoofdkantore [met streepjes boven de letters] van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een officiële mededeling over een openstaand bedrag voor het huren van een standplaats in de hal van de Centrale Markt in Amsterdam. Er is sprake van een gedeeltelijke kwijtschelding door de burgemeester, waardoor het oorspronkelijke bedrag is verlaagd. Van de verschuldigde 200 gulden is reeds 146,68 gulden betaald, waardoor er een restantbedrag van 53,32 gulden overblijft.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("Hiermede bericht ik U", "ten spoedigste dient te voldoen"). De spelling is deels verouderd ("den Heer", "zoodat", "hoofdkantore").
* Administratieve context: De brief bevat specifieke lokatie-informatie zoals "Wijk 9", wat duidt op de indeling van de stad of de markt voor administratieve doeleinden. Het adres Jan van Galenstraat 14 is het bekende adres van de Amsterdamse Centrale Markthallen. * Historische periode: De brief is gedateerd op 11 augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Ontvanger: De geadresseerde, Max Presser (geboren in 1888), was een Joodse marktkoopman die op de Marnixstraat 202 woonde. Gegevens uit archieven (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Max Presser en zijn gezin in 1943 in Sobibor zijn vermoord.
* Betekenis: Dit document illustreert de wrange realiteit van de "alledaagse" bureaucratie tijdens de bezetting. Terwijl de deportaties van de Joodse bevolking in Amsterdam in de zomer van 1942 in volle gang waren (de grote razzia's en transporten naar Westerbork waren net begonnen), gingen de gemeentelijke diensten gewoon door met het innen van marktgeld en het versturen van betalingsherinneringen voor standplaatsen die de ontvangers spoedig niet meer zouden mogen of kunnen innemen.
* De Burgemeester: De genoemde kwijtschelding werd verleend onder de verantwoordelijkheid van de toenmalige regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. H. Muller M. Presser