Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 414
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte juridische tekst (waarschijnlijk een uittreksel van een vonnis of proces-verbaal).

Vermeldt handelingen uit januari 1942.

Origineel

Getypte juridische tekst (waarschijnlijk een uittreksel van een vonnis of proces-verbaal). Vermeldt handelingen uit januari 1942. delsprijzen vér te boven gaan;

dat verdachte te dien aanzien heeft opgemerkt, dat in de door hem berekende prijzen inbegrepen waren, zekere verschotten voor bijlevering van kruiderijen, en dat hij ten bewijze daarvan eenige inkoopnota's van die kruiderijen heeft overgelegd;

dat uit de bijlage Blauw I van het proces-verbaal blijkt, dat verdachte in de tweede helft van de maand Januari 1942 aan de gemelde onderdeelen van de Duitsche Militie diverse hoeveelheden kool en andere groenten heeft geleverd, en dat hij daarvoor een bedrag van circa f. 242,- boven de vastgestelde maximum-kleinhandelsprijzen heeft berekend;

dat verdachte aan verschotten voor kruiderijen, blijkens de door hem overgelegde nota's, in dienzelfden tijd, inclusief een inkoop van 13 Januari 1942, in totaal heeft uitgegeven een bedrag van f. 49,40;

dat niet aannemelijk is, dat verdachte bovendien nog een bedrag van f. 200,- heeft uitgegeven als betaling van door hemzelf geleverde selderij en andere keukenkruiden;

echter, dat verdachte in het geheel niet gerechtigd is, om kleinhandelsprijzen te berekenen, aangezien hij grossier is, en hij zich tevreden behoort te stellen met den voor hem als grossier vastgestelden maximumprijs, vermeerderd met de ook voor den kleinhandelaar toegestane prijs-verhoogingen voor het bewerken van groente, zooals die blijkens zijn zeggen, door de verplegings-officieren der door hem bediende legeronderdeelen wordt verlangd. De tekst beschrijft een juridische beoordeling van een groothandelaar (grossier) die groenten leverde aan de "Duitsche Militie". De kern van het geschil is tweeledig:
1. Prijsopdrijving: De verdachte heeft ongeveer 242 gulden méér gerekend dan de toegestane maximum-kleinhandelsprijs.
2. Onjuiste marge: De verdachte verdedigde zich door te stellen dat er extra kosten ("verschotten") waren voor kruiderijen. De rechter verwerpt dit deels omdat de bewijzen (nota's) slechts 49,40 gulden dekken en een aanvullende claim van 200 gulden voor eigen kruiden ongeloofwaardig wordt geacht.
3. Statusmisbruik: De belangrijkste juridische overweging aan het eind is dat de verdachte als grossier helemaal geen kleinhandelsprijzen (die hoger liggen) mag rekenen. Hij is gebonden aan de lagere grossiers-maximumprijs, ongeacht de extra bewerkingen die door legerofficieren werden gevraagd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1942). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een streng regime van prijsbeheersing om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Economische delicten zoals deze werden berecht door speciale Economische Rechters.

Het is opvallend dat de verdachte leverde aan de bezetter ("Duitsche Militie"). Hoewel leveren aan de Duitsers vaak noodzakelijk was voor bedrijfsvoering, werd prijsopdrijving streng gestraft, ook als de gedupeerde partij de bezettende macht was. De rechtbank handhaafde hier strikt de distributieregels en de vastgestelde prijsmarges tussen groothandel en detailhandel. De vage stempels op de achtergrond duiden op een officieel archiefstuk van de rechterlijke macht.

Samenvatting

De tekst beschrijft een juridische beoordeling van een groothandelaar (grossier) die groenten leverde aan de "Duitsche Militie". De kern van het geschil is tweeledig:
1. Prijsopdrijving: De verdachte heeft ongeveer 242 gulden méér gerekend dan de toegestane maximum-kleinhandelsprijs.
2. Onjuiste marge: De verdachte verdedigde zich door te stellen dat er extra kosten ("verschotten") waren voor kruiderijen. De rechter verwerpt dit deels omdat de bewijzen (nota's) slechts 49,40 gulden dekken en een aanvullende claim van 200 gulden voor eigen kruiden ongeloofwaardig wordt geacht.
3. Statusmisbruik: De belangrijkste juridische overweging aan het eind is dat de verdachte als grossier helemaal geen kleinhandelsprijzen (die hoger liggen) mag rekenen. Hij is gebonden aan de lagere grossiers-maximumprijs, ongeacht de extra bewerkingen die door legerofficieren werden gevraagd.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1942). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een streng regime van prijsbeheersing om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Economische delicten zoals deze werden berecht door speciale Economische Rechters.

Het is opvallend dat de verdachte leverde aan de bezetter ("Duitsche Militie"). Hoewel leveren aan de Duitsers vaak noodzakelijk was voor bedrijfsvoering, werd prijsopdrijving streng gestraft, ook als de gedupeerde partij de bezettende macht was. De rechtbank handhaafde hier strikt de distributieregels en de vastgestelde prijsmarges tussen groothandel en detailhandel. De vage stempels op de achtergrond duiden op een officieel archiefstuk van de rechterlijke macht.

Gerelateerde Documenten 6