Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 465
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

14 april 1942. Van: Mr. James S.R. Perrin, Advocaat en Procureur, Keizersgracht 325, Amsterdam. Aan: De heer C. Oudhof Jzn., Molenweg No. 16, Abcoude. Dossier: 122569, 16, 33045

Origineel

Getypte brief (afschrift). 14 april 1942. Mr. James S.R. Perrin, Advocaat en Procureur, Keizersgracht 325, Amsterdam. De heer C. Oudhof Jzn., Molenweg No. 16, Abcoude. Afschrift.

Mr. James S.R. Perrin
Advocaat en Procureur
Tel.No. 33045.
Postgiro No. 122569.

AMSTERDAM (C), 14 April 1942.
Keizersgracht 325.

Aan den Weledelen Heer C. Oudhof Jzn.,
Molenweg No. 16,
A b c o u d e.

Weledele Heer,

Zooals U weet is door den inspecteur van de Prysbeheer-
sching te Amsterdam, als hoedanig optrad Mr. R.E. Hattink, by be-
schikking d.d. 25 Maart 1942 de sluiting bevolen voor 4 maanden
ingaande 27 Maart 1942 van het bedryf van de Naamlooze Vennoot-
schap Cornelis Oudhof Jzn.
Ingevolge het verzoek, dat U my hebt gedaan om nader te
onderzoeken of deze sluiting ook betrekking had op het bedryf,
dat U in privé als commissionnair uitoefent kan ik U het volgen-
de meedeelen.
Persoonlyk was ik en ben ik de overtuiging toegedaan
evenals U, datzulks niet het geval is, aangezien dit bedryf in
privé als volkomen afzonderlyk valt op te vatten, waarvoor U ook
in de genoemde qualiteit [doorgehaald] ingeschreven
zyt in het Handelsregister in de Kamer van Koophandel en Fabrie-
ken te Utrecht. Om alle twyfel echter buiten te sluiten heb ik
my echter ook nog in verbinding gesteld met meergenoemden Mr. R.E.
Hattink om zyn oordeel over deze aangelegenheid te vernemen.
Hy heeft my medegedeeld, dat hy dezelfde opvatting is
toegedaan als ik, dat het door U in privé uitgeoefende commis-
sionnairsbedryf geheel en al staat buiten verband met de slui-
ting van het bedryf van de N.V. C. Oudhof Jzn. bovenvermeld.
Naar de opvatting van Mr. R.E. Hattink, de Inspecteur
van de Prysbeheersching, die de bovengenoemde tuchtbeschikking
uitvaardigde bestaat er dus evenals naar myn overtuiging niet
het minste bezwaar, dat U in Uw qualiteit van commissionnair,
waarbij U optreedt voor U zelf in privé, de veilingen bezoekt.
Ik veronderstel, dat alle eventueele moeiylkheden nu
wel zullen zyn opgelost, doch mocht de een of andere instantie
nog gaarne nadere inlichtingen wenschen dan ben ik hiertoe van-
zelfsprekend volgaarne bereid.

Hoogachtend,
w.g. James S.R. Perrin. * Juridische kwestie: De kern van de brief is de afbakening tussen een rechtspersoon (de N.V. Cornelis Oudhof Jzn.) en de natuurlijke persoon (C. Oudhof) in zijn hoedanigheid als zelfstandig commissionair (tussenpersoon/handelaar).
* Sanctie: De N.V. is door de "Prijsbeheersing" voor vier maanden gesloten via een tuchtbeschikking. Dergelijke straffen werden in de oorlog vaak opgelegd wegens overtredingen van de prijsvoorschriften (zoals zwarte handel of het overschrijden van maximumprijzen).
* Rol van de advocaat: Perrin heeft bevestiging gezocht bij de controlerende instantie (Mr. Hattink) om te voorkomen dat zijn cliënt ook in zijn privébedrijfsvoering gehinderd zou worden door de sanctie die tegen de N.V. liep.
* Resultaat: De cliënt mag ondanks de sluiting van zijn N.V. wel als zelfstandig commissionair naar veilingen blijven gaan. De brief dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Dienst van de Prijsbeheersing" was een belangrijk instrument van de bezetter om de economie te controleren en inflatie tegen te gaan. Overtredingen van de prijsvoorschriften werden streng gestraft met boetes en tijdelijke bedrijfssluitingen.

Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs onder een bezettingsregime probeerden burgers en hun advocaten via formele weg hun resterende rechten en economische bewegingsvrijheid veilig te stellen binnen de mazen van de veranderende wetgeving. De vermelding van het Handelsregister in Utrecht suggereert dat de bedrijfsactiviteiten zich mogelijk in de regio Utrecht/Abcoude concentreerden, terwijl de advocaat in Amsterdam was gevestigd. C. Oudhof N.V. Cornelis R.E. Hattink S.R. Perrin Kamer van Koophandel

Samenvatting

  • Juridische kwestie: De kern van de brief is de afbakening tussen een rechtspersoon (de N.V. Cornelis Oudhof Jzn.) en de natuurlijke persoon (C. Oudhof) in zijn hoedanigheid als zelfstandig commissionair (tussenpersoon/handelaar).
  • Sanctie: De N.V. is door de "Prijsbeheersing" voor vier maanden gesloten via een tuchtbeschikking. Dergelijke straffen werden in de oorlog vaak opgelegd wegens overtredingen van de prijsvoorschriften (zoals zwarte handel of het overschrijden van maximumprijzen).
  • Rol van de advocaat: Perrin heeft bevestiging gezocht bij de controlerende instantie (Mr. Hattink) om te voorkomen dat zijn cliënt ook in zijn privébedrijfsvoering gehinderd zou worden door de sanctie die tegen de N.V. liep.
  • Resultaat: De cliënt mag ondanks de sluiting van zijn N.V. wel als zelfstandig commissionair naar veilingen blijven gaan.

Historische Context

De brief dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Dienst van de Prijsbeheersing" was een belangrijk instrument van de bezetter om de economie te controleren en inflatie tegen te gaan. Overtredingen van de prijsvoorschriften werden streng gestraft met boetes en tijdelijke bedrijfssluitingen.

Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs onder een bezettingsregime probeerden burgers en hun advocaten via formele weg hun resterende rechten en economische bewegingsvrijheid veilig te stellen binnen de mazen van de veranderende wetgeving. De vermelding van het Handelsregister in Utrecht suggereert dat de bedrijfsactiviteiten zich mogelijk in de regio Utrecht/Abcoude concentreerden, terwijl de advocaat in Amsterdam was gevestigd.

Genoemde Personen 4

Producten

Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Kamer van Koophandel

Gerelateerde Documenten 6